28 Aanpassing actuariële grondslagen

(bedragen x € 1 miljoen)

2016

2015

   

Sterfte en langleven

(1.398)

-

Pensioneringsgedrag (incl. AOW-leeftijd)

(121)

(281)

Loonontwikkeling en prijsinflatie

93

289

Revalidering en arbeidsongeschiktheid

54

-

Samenlevingsfrequenties

(63)

-

Naijling

5

-

Percentage derden met slotuitkering

27

-

Overig

22

-

   

Totaal

(1.381)

8

    In 2016 heeft PFZW een volledig grondslagenonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn alle actuariële grondslagen onderzocht en geactualiseerd. Conform ABTN vindt eens in de drie jaar een volledig grondslagenonderzoek plaats

    In september 2016 heeft het Actuarieel Genootschap (AG) een nieuwe prognosetafel uitgebracht. Naar aanleiding hiervan is de grondslag sterfte en langleven aangepast. Tegelijk is ook de fondsafhankelijke ervaringssterfte voor PFZW geactualiseerd. Beide aanpassingen zorgen ervoor dat de levensverwachting toeneemt. Deze effecten leiden tot een stijging van de voorziening van € 692 miljoen als gevolg van de nieuwe AG2016-prognose en  € 706 miljoen als gevolg van de nieuwe ervaringssterfte.

    De prognose voor de AOW-leeftijd (gekoppeld aan de levensverwachting) werd al meegenomen in de voorziening. Wel stijgt de AOW-leeftijd sneller dan vorig jaar werd verwacht. Ook de gemiddelde uittreedleeftijd stijgt harder dan in de oude grondslag. Beide effecten zorgen voor een hogere voorziening.

    Vanaf 2017 is de prijsinflatie de indexatieambitie voor PFZW. Dit betekent dat ook de grondslag voor premievrijstelling hier jaarlijks mee zal worden vermenigvuldigd. De verwachte prijsinflatie is lager dan de verwachte loonontwikkeling zoals die in 2016 gold. Dit leidt tot een lagere voorziening voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.

    De overige gewijzigde grondslagen hebben een beperkt effect op de voorziening.