Financiële ontwikkelingen 2016

Ontwikkeling dekkingsgraden

De actuele dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de waarde van de pensioenverplichtingen. Deze drukt uit in hoeverre wij naar verwachting in de toekomst aan onze verplichtingen kunnen voldoen.

De actuele dekkingsgraad van 95% per eind december 2015 is gelijk gebleven aan 95% per eind december 2016. Het neerwaartse effect van de gedaalde rekenrente op de dekkingsgraad werd gecompenseerd door een goed rendement.

De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden. In 2016 is de beleidsdekkingsgraad gedaald van 97% naar 90%.

In het Financieel toetsingskader (FTK) is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke maatstaf voor de financiële sturing van het pensioenfonds, bijvoorbeeld om te bepalen of wij de pensioenen kunnen aanpassen aan de prijsontwikkeling.

De reële dekkingsgraad is de dekkingsgraad die rekening houdt met toekomstige prijsinflatie en geeft aan of we naar verwachting in de toekomst de pensioenen kunnen indexeren. De reële dekkingsgraad is in 2016 gedaald van 78% naar 73%.

Het vereist eigen vermogen (VEV) is het vermogen dat nodig is om de verwachte risico’s binnen een jaar op te kunnen vangen. De vereiste dekkingsgraad is de dekkingsgraad die bij het VEV hoort. De vereiste dekkingsgraad per eind 2016 is 124,3%. Omdat de actuele dekkingsgraad per eind 2016 lager is dan de vereiste dekkingsgraad hebben wij een herstelplan om binnen tien jaar op de vereiste dekkingsgraad te komen.

De minimaal vereiste dekkingsgraad is de dekkingsgraad waar de beleidsdekkingsgraad in het FTK niet langer dan vijf achtereenvolgende jaren onder mag liggen (onderdekking). De minimaal vereiste dekkingsgraad is per eind 2016 104,2%.

Actualisatie herstelplan

Omdat de beleidsdekkingsgraad lager is dan vereist, hebben we medio 2015 een herstelplan ingediend. Daaruit blijkt dat we naar verwachting binnen tien jaar de vereiste beleidsdekkingsgraad bereiken.

Elk jaar bekijkt het bestuur of het herstel binnen een termijn van tien jaar kan worden gehaald. Als de actuele dekkingsgraad lager is dan 88%, is het volgens het herstelplan niet mogelijk om binnen tien jaar te herstellen. Dit wordt ook wel de kritische dekkingsgraad genoemd. Als de actuele dekkingsgraad hieronder zakt (met 31 december als peildatum), zijn we genoodzaakt de premie te verhogen en/of de pensioenen te verlagen .

Op basis van de situatie per eind 2016 hebben wij in maart 2017 een geactualiseerd herstelplan ingediend bij DNB. Hieruit blijkt dat er geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

Daarnaast moeten we pensioenen verlagen als de beleidsdekkingsgraad zes jaar achtereen lager is dan de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,2%). Eind 2016 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 90%. De komende jaren is dekkingsgraadherstel hard nodig om een verlaging van pensioenen te voorkomen. Dit is het tweede jaar achtereen dat de beleidsdekkingsgraad onder deze grens ligt. Als de beleidsdekkingsgraad tot en met eind 2020 onder de minimaal vereiste dekkingsgraad blijft, moeten we de pensioenen verlagen.

Het bestuur heeft eind 2016 besloten om de pensioenen niet te indexeren. De beleidsdekkingsgraad is daarvoor te laag. Ook de komende jaren verwachten we dat er niet geïndexeerd kan worden.

Pensioenpremie 2016 en de Pensioenwet

In 2016 was de pensioenpremie voor de collectieve pensioenregeling - net als in 2015 - 23,5% van het salaris boven de franchise. Hiervan was 22,4% voor de reguliere pensioenopbouw en 1,1% voor de inkoop van compensatierechten (VPL-regeling). Vanaf 2015 is de premie voor compensatierechten hoger dan de in een betreffend jaar in te kopen rechten. Op deze manier kunnen we deze rechten in 2020 financieren.

Jaarlijks bekijken we achteraf of de reguliere pensioenpremie volgens de Pensioenwet voldoende was. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de toevoeging van 0,2%-punt premie aan de reserve voor stabilisatie van de premie.

De premie moet hoger zijn dan de kostendekkende premie. Dat kan op twee manieren:

  • gedempt: op basis van het verwacht rendement, gecorrigeerd voor de indexeringsambitie (in 2016 was dit de looninflatie)

  • ongedempt: op basis van de actuele rente op 1 januari 2016.

PFZW toetst de kostendekkendheid van de premie op basis van de gedempte premie, omdat die meer stabiliteit geeft. De gedempte premie over 2016 bedroeg 17,3%. De ongedempte premie bedroeg 29,9%. In 2016 was de pensioenpremie hoger dan de gedempte premie. Hiermee voldoen we aan de eisen van de Pensioenwet. De premiedekkingsgraad (de feitelijke premie gedeeld door de inkoop op marktrente) was voor 2016 92%. Dit betekent dat de premie niet heeft bijgedragen aan herstel.

 

Gedempte
kostendekkende
premie

Ongedempte
kostendekkende
premie

Pensioenopbouw actieven

8,4%

 

22,0%

 

Premievrije pensioenopbouw AO-ers

0,3%

 

0,8%

 

Ingang Partnerpensioen op risicobasis

0,5%

 

0,8%

 
     

Totaal actuariële inkooppremie

 

9,2%

 

23,6%

     

Opslag voor vereist eigen vermogen

 

2,4%

 

6,1%

Opslag voor de uitvoeringskosten

 

0,2%

 

0,2%

Opslag bestemd voor voorwaardelijke indexering

 

5,5%

 

0,0%

     

Totale kostendekkende premie

 

17,3%

 

29,9%

     

Feitelijke pensioenpremie

 

22,4%

 

22,4%

Toevoeging aan premiestabilisatiebestemmingsreserve

0,2%

 

0,2%

Premieoverschot/-tekort

 

4,9%

 

(7,7%)