Bijlage 2: Checklist Code Pensioenfondsen

Nummer Code

 

Van toepassing per 1‑1‑2016

Beleid wijkt af per 1‑1‑2016

Acties voor naleving of motivering voor afwijkend beleid

     

1-16

Taak en werkwijze bestuur, belanghebbendenorgaan en intern toezicht

   

1.

Het bestuur voert voor alle belang-hebbenden van het pensioenfonds als ‘goed huisvader’ (m/v) de pensioen-regeling uit: de regeling in ontvangst nemen, aanvaarden en beheren, de gelden beleggen, de pensioenen uitkeren en belanghebbenden informeren. Het bestuur heeft altijd de eindverantwoordelijkheid en de regie over alle werkzaamheden van het fonds.

 

Het bestuur geeft hier invulling aan. Het beleid is vastgelegd in de ABTN. De uitvoering van de pensioen-administratie en vermogensbeheer is uitbesteed, middels SLA’s zijn afspraken vastgelegd met de uitvoeringsorganisatie. Deze afspraken worden gemonitored in de SLR per kwartaal.

     

2.

Het bestuur maakt heldere afspraken over zijn beleidsruimte. Die afspraken maakt het bestuur met de werkgever, de sociale partners of de beroepspensioenvereniging die de pensioenregeling bij het pensioenfonds onderbrengt.

 

Er is sprake van goede afstemming tussen het bestuur en de sociale partners.

3.

Het bestuur stelt een missie, visie en strategie op. Ook zorgt het voor een heldere en gedocumenteerde beleids- en verantwoordingscyclus. Daarnaast toetst het bestuur periodiek de effectiviteit van zijn beleid en stuurt zo nodig bij.

 

De missie, visie en strategie zijn verwoord in het Meerjarenbeleidsplan en vastgelegd in de ABTN, Eveneens opgenomen in het jaarverslag 2016.

4.

Het bestuur zorgt voor een noodprocedure om in spoedeisende situaties te kunnen handelen.

 

Er zijn adequate procedures met de uitvoeringsorganisatie overeengekomen en contractueel vastgelegd.

     

5.

Het bestuur waarborgt dat de leden van het bestuur onafhankelijk en kritisch kunnen opereren, ten opzichte van de achterban en van elkaar.

 

De bestuursstructuur van het pensioenfonds waarborgt het onafhankelijk en kritisch functioneren van het bestuur. Deze structuur is eveneens opgenomen in de statuten van het fonds. In de jaarlijkse zelfevaluatie toetst het bestuur of de onafhankelijkheid en het kritisch opereren ook in de praktijk voldoende plaatsvindt.

     

6.

Het bestuur is er collectief verantwoordelijk voor dat het zelf goed functioneert. De voorzitter ziet hierop toe. Hij is namens het bestuur het eerste aanspreekpunt voor het intern toezicht, het VO of het BO over het functioneren van bestuurders. De voorzitter bewaakt de evenwichtige afweging van belangen in de besluit-vorming, net als de besluitvormings- en adviesprocedures.

 

Zie opmerking bij 5.
Het pensioenfonds heeft een onafhankelijke voorzitter die een evenwichtige afweging in besluitvorming bewaakt, en open staat voor signalen van andere organen van het fonds betreffende het bestuur.

     

7.

Het bestuur vervult zijn taak op een transparante (open en toegankelijke) manier. Dat zorgt ervoor dat belanghebbenden inzicht kunnen krijgen in de informatie, overwegingen en argumenten die ten grond- slag liggen aan besluiten en handelingen

 

Het bestuur en pensioenfonds rapporteert transparant over zijn besluiten en afwegingen in de kwartaalrapportages, op de website, via persberichten en in het jaarverslag 2016.

     

8.

Het bestuur legt bij alle besluiten duidelijk vast op grond van welke overwegingen - mede ten aanzien van de evenwichtige belangenafweging - het besluit genomen is.

 

Besluitvorming wordt door de diverse gremia van het fonds voorbereid, alvorens het gemotiveerd wordt voorgelegd aan het bestuur van het fonds. De verslaglegging van de bestuursvergaderingen is uitvoerig en geeft inzicht in de wijze waarop het bestuur tot een besluit is gekomen.

     

9.

Het bestuur weegt de aanbevelingen van de raad van toezicht of de visitatiecommissie af. Wil het bestuur afwijken van de aanbevelingen, dan moet het dit motiveren.

 

Er zal door het bestuur gereageerd worden op het oordeel van de Pensioenraad en het rapport Rvt, deze reactie zal worden opgenomen in het jaarverslag 2016.

     

10.

Het belanghebbendenorgaan (BO) voert zijn taak uit als ‘goed huisvader’(m/v) voor alle belanghebbenden.

 

De Pensioenraad legt verantwoording af in het jaarverslag 2016.

     

11.

Het BO waarborgt dat de leden ten opzichte van de achterban en van elkaar onafhankelijk en kritisch kunnen opereren.

 

Door het gekozen model van het fonds wordt gewaarborgd dat de Pensioenraad onafhankelijk en kritisch kan opereren.
De onafhankelijk voorzitter van de Pensioenraad ziet er op toe dat de leden van de PR onafhankelijk en kritisch opereren, en het opleidings-programma van de PR is ook gericht op de ontwikkeling van een kritisch en onafhankelijke houding.

     

12.

Het BO bewaakt of het bestuur de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement en het pensioenreglement juist uitvoert. Ook bewaakt het BO of het bestuur de belangen van de verschillende groepen belanghebbenden evenwichtig afweegt.

 

De taken en bevoegdheden van de PR en de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven borgt de bedoelde bewaking.

     

13.

Het BO onderneemt actie als het van oordeel is dat het bestuur niet naar behoren functioneert.

 

Indien van toepassing zal de Pensioenraad actie ondernemen.

     

14.

Het intern toezicht vervult zijn toezichttaak zodanig dat het bijdraagt aan het effectief en slagvaardig functioneren van het pensioenfonds en aan een beheerste en integere bedrijfsvoering door het pensioenfonds.

 

De taken en verantwoordelijkheden van de raad van toezicht zijn vastgelegd in de statuten en het reglement van de RvT. De samenstelling van de RvT en de werkwijze van de RvT borgen de bedoelde bijdrage.

     

15.

Het intern toezicht betrekt de naleving van deze Code bij zijn taak.

 

De analyse van de Code is besproken in de raad van toezicht. De diversiteit in leeftijd voldoet nog niet aan de Code. Alle bestuursleden en leden van de raad van toezicht zijn ouder dan 40 jaar. De toelichting is opgenomen in het jaarverslag 2016.

     

16.

De Raad van Toezicht stelt zich op als gesprekspartner van bestuur.

 

De raad van toezicht stelt zich op als klankbord en gesprekspartner. In 2016 is o.a. met het bestuur gesproken over de strategie van het fonds, de risk-appetite en het FTK.

     

17-22

Verantwoording afleggen

   

17.

Het bestuur geeft inzicht in het beleid, de besluitvormingsprocedures, de besluiten en de realisatie van het beleid.

 

In het jaarverslag 2016 wordt verantwoording afgelegd over (de uitvoering van) het beleid.

     

18.

Het bestuur beschrijft in het jaarverslag helder en duidelijk de missie, visie en strategie van het pensioenfonds. Ook beschrijft het bestuur hier -in of en in hoeverre het pensioenfonds de gestelde doelen heeft bereikt.

 

Dit is opgenomen in het jaarverslag 2016 in o.a. hoofdstukken “Financieel” en “Beleggen” in het verslag van het bestuur. Daarin is ook aandacht besteed aan gerealiseerde doelen.

     

19.

Het bestuur legt verantwoording af over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten van dit beleid en de beleidskeuzes die het eventueel voor de toekomst maakt. Het bestuur weegt daarbij de verschillende belangen af van de groepen die bij het pensioenfonds betrokken zijn. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belang-hebbenden op korte en lange termijn, gerelateerd aan het overeengekomen ambitieniveau.

 

Deze onderdelen zijn opgenomen in het jaarverslag 2016 in o.a. paragraaf risicomanagement in de jaarrekening en het hoofdstuk “Pensioenfonds in bedrijf” in het verslag van het bestuur.

     

20.

Het bestuur rapporteert in het jaarverslag over de kosten van de uitvoering van de pensioenregeling.

 

Dit is opgenomen in het paragraaf “Kosten” van het jaarverslag 2016 onder hoofdstuk “Pensioenfonds in bedrijf.

     

21.

Het bestuur rapporteert in het jaarverslag over de naleving van de gedragscode en deze Code, net als over de evaluatie van het functioneren van het bestuur.

 

Dit is opgenomen in paragraaf “Governance” van het jaarverslag 2016 onder hoofdstuk “Pensioenfonds in bedrijf”. Hier wordt specifiek ingaan op de Code.

     

22.

Het bestuur gaat een dialoog aan met het VO dan wel het BO bij het afleggen van verantwoording

 

Het bestuur van het fonds is gedurende 2016 in gesprek geweest met de PR over diverse onderwerpen, niet alleen in het kader van advisering door de PR, maar ook daarbuiten in het kader van het met elkaar delen van beelden en denkrichtingen.. Hierover is verantwoording afgelegd in het jaarverslag.

     

23-24

Integraal risicomanagement

   

23.

Het bestuur bevordert en borgt een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is. Ook zorgt het ervoor dat het integrale risicomanagement adequaat georganiseerd is.

 

Verantwoording omtrent het risico-universum van PFZW is opgenomen in het jaarverslag 2016 in o.a. hoofdstuk “pensioenfonds in bedrijf” paragraaf risicomanagement.

     

24.

Het bestuur houdt expliciet rekening met risico’s en risicobeheersing bij het bepalen van het beleid en het nemen van besluiten. Deze risico-afweging legt het bestuur vast.

 

Het risico-universum zal worden opgenomen onder paragraaf risicomanagement van het jaarverslag 2016. De risico’s zijn meegenomen in de besluitvorming gedurende het boekjaar. Per kwartaal zijn deze besproken het AC en het bestuur de actuele risicorapportage.

     

25-26

Communicatie en transparantie

   

25.

Het bestuur bevordert en borgt een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is. Ook zorgt het ervoor dat het integrale risicomanagement adequaat georganiseerd is.

 

Het communicatiebeleid voldoet aan de eisen van toegankelijkheid, is toegesneden op ‘persona’s’ en event-georiënteerd. Er worden met enige regelmaat enquêtes afgenomen onder belanghebbenden van het fonds.

     

26.

Het bestuur meet hoe effectief de ingezette communicatiemiddelen zijn. Dit doet het periodiek, maar ten minste elke drie jaar.

 

De uitvoeringsorganisatie meet in opdracht van het fonds de tevredenheid van de belanghebbenden. Een onderdeel van deze tevredenheidsmeting zijn de ingezette communicatiemiddelen en de effecten daarvan.

     

27-29

Verantwoord beleggen

   

27.

Het bestuur legt zijn overwegingen omtrent verantwoord beleggen vast en zorgt ervoor dat deze beschikbaar zijn voor belanghebbenden. Hierbij houdt het bestuur ook rekening met goed ondernemingsbestuur.

 

De overwegingen ten aanzien van verantwoord beleggen zijn opgenomen op de website van het fonds. Zie eveneens hoofdstuk Verantwoord beleggen in het bestuuursverslag 2016

     

28.

Bij het bepalen van het beleid houdt het bestuur rekening met de verplichtingen die het fonds is aangegaan. Ook houdt het bestuur hierbij rekening met zijn verant-woordelijkheid ten opzichte van de belanghebbenden om te zorgen voor optimaal rendement bij een aanvaardbaar risico.

 

Het beleid ten aanzien van verantwoord beleggen is opgenomen in het besuursverslag 2016 onder hoofdstuk “Beleggen” onder paragraaf “Beleggingsbeleid in 2016”.

     

29.

Het bestuur zorgt ervoor dat er onder belanghebbenden draagvlak bestaat voor de keuzes over verantwoord beleggen.

 

Informatie is opgenomen op de website van het fonds. Daarnaast zijn er regelmatig publicaties waarin wordt ingegaan op het beleid. Via de PR hebben de belanghebbenden bij het fonds invloed op de keuzes voor verantwoord beleggen. Daarnaast wordt in tevredenheidsonderzoeken onder deelnemers ook de tevredenheid over de beleggingskeuzes gemeten.

     

30-37

Uitvoering, uitbesteding en kosten

   

30.

Het bestuur is verantwoordelijk voor alles wat door, namens of voor het pensioenfonds wordt gedaan. Vanuit die verantwoordelijkheid heeft het bestuur een visie op de uitvoering van de activiteiten van het pensioenfonds. Het bestuur stelt vast aan welke eisen de uitvoering moet voldoen. Ook bepaalt het bestuur welk kostenniveau aanvaardbaar is.

 

Dit is vastgelegd in het uitbestedingsbeleid, de uitbestedingsovereenkomsten en SLA’s. Daarnaast is verantwoording afgelegd in het jaarverslag 2016 over het functioneren van het bestuur.

     

31.

Het bestuur legt vast voor welke wijze van uitvoering hij heeft gekozen en welke overwegingen daaraan ten grondslag liggen. Het bestuur zorgt er ook voor dat deze informatie beschikbaar is voor de belang hebbenden.

 

Dit is opgenomen in de uitbestedingsovereenkomsten van het fonds. Deze overeen-komsten worden periodiek met de uitvoeringsorganisatie geëvalueerd.

     

32.

Bestuur zorgt dat het zicht heeft op de keten van uitbesteding.

 

Zie opmerking onder 31.

     

33.

Het bestuur zorgt voor een heldere en expliciete taak- en rolverdeling tussen bestuur en uitvoering en hierbij passende adequate sturings- en controlemechanismen voor de uitvoering van de activiteiten van het pensioenfonds.

 

Zie opmerkingen bij 30 en 31. Het fonds kent een volwassen uitbestedingsbeleid dat regelmatig geëvalueerd en aangepast wordt.

     

34.

Het bestuur zorgt ervoor dat het beloningsbeleid van partijen aan wie taken worden uitbesteed, niet aanmoedigt om meer risico’s te nemen dan voor het fonds aanvaardbaar is. Om dit te bereiken maakt het bestuur dit onderdeel van de contractafspraken bij het sluiten of verlengen van de uitbestedings-overeenkomst of - indien van toepassing - via zijn aandeel houderspositie.

 

De uitgangspunten van het fonds zijn opgenomen op de website. Hierin wordt ingegaan op het compensatiebeleid.

35.

Bij uitbesteding van taken neemt het bestuur in de overeenkomst met de dienstverlener adequate maatregelen op voor als de dienstverlener of een door hem ingeschakelde derde onvoldoende presteert, de overeenkomst niet naleeft, schade veroorzaakt door handelen of nalaten.

 

Deze maatregelen zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst en SLA met de uitvoeringsorganisatie.

     

36.

Het bestuur bevordert dat de dienstverleners een klokkenluidersregeling hebben. Met een klokkenluidersregeling kunnen degenen die financieel afhankelijk zijn van de dienstverlener, zonder gevaar voor hun positie rapporteren over onregelmatigheden binnen de onderneming. Dit kan gaan om onregelmatigheden van algemene, van operationele en van financiële aard.

 

Zowel PFZW als de uitvoeringsorganisatie beschikt over een klokkenluidersregeling die is ingebed in de organisatie.

     

37.

Het bestuur evalueert jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering en de gemaakte kosten kritisch en spreekt een dienstverlener aan als deze de afspraken niet of onvoldoende nakomt.

 

Jaarlijks evalueert het fonds de contracten met de uitvoerder t.b.v. van de nieuwe SLA.

     

38-39

Rol accountant en actuaris

   

38.

Als een accountant of actuaris niet-controlewerkzaamheden moet verrichten, verstrekt het bestuur hiervoor een afzonderlijke opdracht. Hierbij weegt het bestuur af of de niet-controlewerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door de accountant, de actuaris of door het kantoor dat ook de jaarrekening controleert.

 

Het fonds verstrekt voor niet-controlewerkzaamheden altijd separate opdrachten aan de externe actuaris en/of accountant. De onafhankelijkheid wordt goed bewaakt. Veelal vinden adviesopdrachten niet plaats door de certificerend actuaris en accountant zelf.

39.

Het bestuur beoordeelt ten minste eenmaal per vier jaar het functioneren van de accountant en de actuaris. De uitkomsten van deze beoordeling bespreekt het bestuur met de accountant of actuaris. Ook stelt het bestuur het intern toezicht en het VO of BO van de uitkomsten op de hoogte.

 

Het audit committee evalueert jaarlijks het functioneren van de accountant en actuaris.

     

40-44

Klachten en geschillen; onregelmatigheden (klokkenluidersregeling)

   

40.

Bestuur staat open voor kritiek en leert van fouten.

 

Dit maakt onderdeel uit van het bestuurdersprofiel. Hierin zijn de competenties opgenomen waaraan een bestuurslid dient te voldoen. In de jaarlijkse zelfevaluatie worden de verbeterpunten gesignaleerd en van vervolgafspraken voorzien.

     

41.

Het bestuur zorgt voor een adequate interne klachten- en geschillen-procedure die voor belanghebbenden eenvoudig toegankelijk is. In het jaarverslag rapporteert het bestuur over de afhandeling van klachten en de veranderingen in regelingen of processen die daaruit voortvloeien.

 

Er is een klachten- en geschillenprocedure. Hierover is verantwoording afgelegd in het jaarverslag.

     

42.

Het bestuur zorgt ervoor dat alle betrokkenen bij het fonds de mogelijkheid hebben te rapporteren over onregelmatigheden van algemene, operationele en financiële aard. Dit kan gaan om onregel-matigheden zowel binnen het pensioenfonds als bij partijen aan wie taken worden uitbesteed.

 

Dit is opgenomen in de klokkenluidersregeling.

     

43.

Het bestuur zorgt ervoor dat degenen die financieel afhankelijk zijn van het fonds, zonder gevaar voor hun positie Kunnen rapporteren over onregelmatigheden binnen het pensioenfonds. Dit kan gaan om onregelmatigheden van algemene, van operationele en van financiële aard.

 

Het fonds beschikt over een klokkenluidersregeling en een gedragscode.

     

44.

Het bestuur legt duidelijk vast bij wie en op welke wijze degenen die financieel afhankelijk zijn van het fonds, hierover kunnen rapporteren. Ook informeert het bestuur hen hierover.

 

Dit is opgenomen in de klokkenluidersregeling.

     

45-47

Benoeming, ontslag en schorsing

   

45.

Benoeming en ontslag worden uitgevoerd door belanghebbenden, zo mogelijk door het orgaan zelf, met betrokkenheid van een ander orgaan van het pensioenfonds. Een bestuurslid wordt benoemd en ontslagen door het bestuur, na het horen van de raad van toezicht over de procedure. Een lid van de raad van toezicht of visitatie-commissie wordt benoemd door het bestuur na bindende voordracht van het verantwoordingsorgaan en wordt ontslagen door het bestuur na bindend advies van het verantwoordingsorgaan.

 

Dit is vastgelegd in de statuten en de van toepassing zijnde reglementen. De eerste benoeming van de RvT heeft plaats gevonden zonder bindende voordracht van het VO, omdat deze nog samengesteld moest worden.

     

46.

Het bestuur zorgt ervoor dat in de statuten een schorsingsprocedure is vastgelegd.

 

Dit is vastgelegd in de statuten van het fonds.

     

47.

Het bestuur, het VO of het BO en de raad van toezicht leggen bij een vacature de eisen voor de vacante functie vast.

 

Dit is uitgewerkt in de functieprofielen welke per gremium zijn vastgesteld.

     

48-71

Geschiktheid, termijnen en diversiteit

   

48.

Het bestuur zorgt voor geschiktheid, complementariteit en continuïteit binnen het bestuur. Daarbij houdt het rekening met opleiding, achtergrond, persoonlijkheid, geslacht en leeftijd. Het bestuur toetst de geschiktheid van bestuursleden bij het aantreden en gedurende het bestuurslidmaatschap.

 

Vanuit het bestuur worden de voordragende sociale partners via specifiek functieprofielen gebriefd over de eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen. Er zijn waar nodig afspraken met soc. partners ter bevordering van de continuïteit van de besturing. Regelmatig vinden (individuele) onderzoeken plaats naar de deskundigheid in het bestuur

     

49.

Bestuur stelt voor iedere bestuursfunctie een specifieke profielschets op. Daarin staan de vereiste geschiktheid en het geschatte tijdsbeslag.

 

Profielschets zijn aanwezig (incl. vermelding tijdsbesteding).

     

50.

Het bestuur zorgt voor een programma van permanente educatie voor de leden van het bestuur. Dit programma heeft tot doel de geschiktheid van de leden van het bestuur op peil te houden en waar nodig te verbreden of te ontwikkelen.

 

Jaarlijks word door het bestuur een opleidingsplan vastgelegd. Verantwoording hierover zal worden opgenomen in het jaarverslag 2016.

     

51.

Het eigen functioneren is voor het bestuur een continu aandachtspunt. Het bestuur evalueert daartoe in elk geval jaarlijks het functioneren van het bestuur als geheel en van de individuele bestuursleden. Hierbij betrekt het bestuur één keer in de twee jaar een derde partij. Bij de evaluatie komt aan de orde of het bestuur voldoende geschikt en divers is en wordt bovendien gekeken naar gedrag en cultuur.

 

De evaluatie heeft plaatsgevonden onder externe begeleiding in 2016. Hierover zal verantwoording worden afgelegd in het jaarverslag 2016.

     

52.

Leden van het intern toezicht zijn betrokken bij het pensioenfonds, maar moeten zich zodanig onafhankelijk opstellen dat belangentegenstellingen worden voorkomen. Ze hebben daarbij het vermogen en de durf om zich kritisch op te stellen richting het bestuur.

 

In het functieprofiel van de raad van toezicht is rekening gehouden met deze vereisten.

     

53.

De raad van toezicht bevordert geschiktheid, collegiaal toezicht en complementariteit binnen de raad. Daarbij houdt de raad rekening met opleiding, achtergrond, persoonlijk-heid, geslacht en leeftijd.

 

De raad van toezicht is divers samengesteld. De vereisten zijn opgenomen bij de samenstelling van het gremium. Dit zal eveneens worden opgenomen in het jaarverslag 2016 en vermeld in de evaluatie van de RvT.

     

54.

De raad van toezicht stelt voor iedere toezichthouder een specifieke profielschets op. Daarin staan de vereiste geschiktheid en het geschatte tijdsbeslag.

 

Deze vereisten zijn opgenomen in de profielschets.

     

55.

Het eigen functioneren is voor de raad van toezicht een continu aandachtspunt. De raad evalueert daartoe in elk geval jaarlijks zijn functioneren. Hierbij betrekt de raad één keer in de drie jaar een derde partij. Bij de evaluatie komt aan de orde of de raad voldoende geschikt en divers is en wordt bovendien gekeken naar gedrag en cultuur.

 

In het jaarverslag 2016 zal verslag worden gedaan van de evaluatie van het gremium.

     

56.

Het VO bevordert de geschiktheid en diversiteit van zijn leden.

 

Vereisten zijn opgenomen in de profielschets van het gremium, die ter beschikking wordt gesteld van benoemende soc. partners.

     

57.

Het BO zorgt ervoor dat het divers is samengesteld en dat zijn leden geschikt zijn. Dit doet het BO zowel bij het aantreden van zijn leden als gedurende hun lidmaatschap.

 

Voor de leden Pensioenraad zijn functieprofielen opgesteld. De Pensioenraad kent een doorlopend opleidingsprogramma.

     

58.

Het BO evalueert zijn functioneren jaarlijks, waarbij het één keer in de twee jaar een derde partij betrekt. Aan de orde komt of het BO voldoende deskundig en divers is en of er voldoende competenties aanwezig zijn. Ook de betrokkenheid van ieder lid van het BO, het gedrag en de cultuur binnen het BO en de relatie tussen het BO en het bestuur maken deel uit van de evaluatie.

 

In het jaarverslag 2016 zal de evaluatie worden opgenomen.

     

59.

Ieder bestuurslid heeft stemrecht.

 

Dit is vastgelegd in de statuten en reglementen van het fonds.

     

60.

De zittingsduur van een bestuurslid is maximaal vier jaar. Een bestuurslid kan maximaal twee keer worden herbenoemd.

 

De zittingsduur is vastgelegd in de statuten van het fonds en het reglement bestuur. Geldt voor alle hierna gestelde vragen.

     

61.

De zittingsduur van een lid van het VO is maximaal vier jaar. Het VO bepaalt hoe vaak een lid van het VO kan worden herbenoemd.

 

De zittingsduur is vastgelegd in de statuten van het fonds.

     

62.

De zittingsduur van een lid van het BO is maximaal vier jaar. Een lid van het BO kan maximaal twee keer worden herbenoemd.

 

De zittingsduur is vastgelegd in de statuten van het fonds.

     

63.

De zittingsduur van een lid van de raad van toezicht is maximaal vier jaar. Een lid van de raad van toezicht kan maximaal één keer worden herbenoemd.

 

De zittingsduur is vastgelegd in de statuten van het fonds.

     

64.

Leden van een visitatiecommissie zijn maximaal acht jaar betrokken bij hetzelfde fonds.

 

Niet van toepassing.

     

65.

Het bestuur, het VO of het BO zorgt ervoor dat de organen complementair zijn samengesteld. Ook moeten de organen een redelijke afspiegeling vormen van de belanghebbenden.

 

De diverse vertegenwoordigde partijen leveren leden aan het fonds en zorgen voor zo veel mogelijk diversiteit..

     

66.

Het bestuur stelt - in overleg met het desbetreffende orgaan - concrete stappen vast om te bevorderen dat fondsorganen divers worden samengesteld. Ook geeft het bestuur aan hoe en binnen welke termijnen het van plan is om de gewenste diversiteit in leeftijd en geslacht te realiseren. Het bestuur legt dit vast in een diversiteitsbeleid. Jaarlijks beoordeelt het bestuur in hoeverre de gestelde doelen zijn gehaald. Driejaarlijks evalueert het bestuur het diversiteitsbeleid.

 

Het fonds heeft geen vastgesteld diversiteitsbeleid. PFZW bevordert wel de diversiteit van het fonds en stimuleert de betrokkenheid van jongeren . Dit is eveneens als vereiste opgenomen in de profielschets.

     

67.

In het bestuur, het VO of het BO zitten ten minste één man en één vrouw.

 

Verantwoording hierover zal opgenomen worden bij de diverse gremia in het jaarverslag 2016.

     

68.

In het bestuur, het VO of het BO zitten ten minste één lid boven en één lid onder de veertig jaar.

 

Alle bestuursleden en leden van de raad van toezicht zijn ouder dan 40 jaar. In het VO zijn er enkele leden onder de 40 jaar. Tot op heden is het niet gelukt bestuursleden en/of leden RvT te vinden die voldoen aan de geschiktheids-eisen die gelden voor een groot fonds als PFZW én jonger zijn dan 40 jaar.

     

69.

Het bestuur, het BO en het intern toezicht houden bij het opstellen van de profielschets rekening met het diversiteitsbeleid. Het VO houdt hier rekening mee bij het opstellen van de competentievisie.

 

Er zijn functieprofielen uitgewerkt voor de diverse gremia, waarin aandacht wordt besteed aan diversiteit.

     

70.

Bij de vervulling van een vacature wordt actief gezocht (en/of actief opgeroepen om te zoeken) naar kandidaten die passen in de diversiteitsdoelstellingen. Het bestuur neemt hierover tijdig contact op met degenen die betrokken zijn bij het voordragen of de verkiezing van kandidaten.

 

In het functieprofiel voor bestuursfuncties is het wel als vereist opgenomen.

     

71.

Het bestuur en het BO toetsen voorgedragen kandidaten mede aan de hand van de diversiteitsdoelstellingen.

 

In het functieprofiel voor bestuursfuncties is het wel als vereist opgenomen.

     

72-76

Integer handelen

   

72.

De leden van het bestuur, het VO of het BO, het intern toezicht en andere medebeleidsbepalers handelen integer. Ze zorgen ervoor dat hun eigen functioneren getoetst wordt. Ze vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling met een partij waarmee het fonds een band heeft, op welke manier dan ook.

 

Dit is opgenomen in de gedragscode van het fonds.

     

73.

Als leden van het bestuur, het BO, de raad van toezicht en andere medebeleidsbepalers in functie treden, ondertekenen ze de gedragscode van het pensioenfonds. Ook ondertekenen ze jaarlijks een verklaring over het naleven van de gedragsregels. Op het overtreden van de gedragscode staan sancties. Deze staan in de gedragscode.

 

De gedragscode wordt halfjaarlijks onder de aandacht gebracht van de diverse organen. Deze wordt ook van een ondertekening voorzien.

     

74.

Een (mede)beleidsbepaler maakt direct melding van (potentieel) tegenstrijdige belangen of reputatierisico.

 

Dit is opgenomen in de gedragscode van het fonds.

     

75.

Een (mede)beleidsbepaler meldt het voornemen een nevenfunctie te aanvaarden of voort te zetten aan de compliance officer. Het maakt hiervoor niet uit of de nevenfunctie betaald of onbetaald is.

 

De vereisten zijn vastgelegd in de Regeling nevenfuncties.

     

76.

Het lidmaatschap van een orgaan van het pensioenfonds is niet verenigbaar met het lidmaatschap van een ander orgaan binnen hetzelfde pensioen-fonds, of van de visitatiecommissie.

 

Dit is opgenomen in de statuten en reglementen van het fonds.

     

77-81

Beloningsbeleid

   

77.

Het pensioenfonds voert een beheerst en duurzaam beloningsbeleid. Dit beleid is in overeenstemming met de doelstellingen van het pensioen-fonds. Ook is het beleid passend gelet op de bedrijfstak, onderneming of beroepsgroep waarvoor het fonds de pensioenregeling uitvoert.

 

Het fonds beschikt over een passend beloningsbeleid. Hierover is verantwoording afgelegd in het jaarverslag .

     

78.

De beloning staat in redelijke verhouding tot de gedragen verantwoordelijkheid, de aan de functie gestelde eisen en het tijdsbeslag.

 

Zie opmerking onder 77.

     

79.

Het bestuur is terughoudend als het gaat om prestatie-gerelateerde beloningen. Prestatie-gerelateerde beloningen zijn niet hoger dan 20 procent van de vaste beloning. Ze zijn niet gerelateerd aan de financiële resultaten van het fonds.

 

Het fonds heeft geen prestatie gerelateerde beloningen.

     

80.

Het bestuur voorkomt dat door de hoogte van de beloning van de leden van het intern toezicht, een financieel belang een kritische opstelling in de weg staat.

 

De vergoeding van het bestuur is passend naar maatschappelijke maatstaven.

     

81.

Bij tussentijds ontslag van een bestuurslid zonder arbeids-overeenkomst of van een lid van het intern toezicht verstrekt het bestuur geen ontslagvergoeding. Bij ontslag van een (andere) medebeleidsbepaler moet een eventuele ontslagvergoeding passend zijn gelet op de functie en de ontslagreden.

 

Voor het bestuur en de raad van toezicht is geen ontslagvergoeding van toepassing. Voor de leden van het bestuursbureau is dit conform de CAO – bepalingen.

     

82-83

Compliance

   

82.

Het bestuur is op de hoogte van de wet- en regelgeving en de gevolgen daarvan voor het pensioenfonds. Ook kent het bestuur de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wet- en regelgeving in fonds-documenten, besluitvormingsprocessen, procedures en de uitvoering.

 

Nieuwe wet- en regelgeving wordt zorgvuldig gemonitored en tijdig geïmplementeerd. Dit wordt actief gemonitored onder meer via Public Affairs en het bestuursbureau monitort de correcte implementatie.

     

83.

Het bestuur bewaakt dat het pensioenfonds de wet- en regelgeving en interne regels naleeft (steeds compliant is).

 

Nieuwe wet- en regelgeving wordt zorgvuldig gemonitored en tijdig geïmplementeerd. Monitoring daarvan vindt plaats door onder meer de afdeling Compliance van de uitvoeringsorganisatie en het bestuursbureau. Aan het bestuur wordt hierover gerapporteerd.