Indexering

Aanpassing indexeringsambitie

De komende jaren verwachten we geen mogelijkheden tot indexering, gegeven onze beleidsdekkingsgraad. Toch hebben we nog steeds de ambitie om de pensioenen aan de prijsontwikkeling aan te passen. Tot en met 2016 was de ambitie om de loonontwikkeling te volgen. Deze ambitie bleek moeilijk haalbaar. Daarom hebben wij besloten om maatregelen te nemen waardoor de haalbaarheid van de ambitie binnen het toezichtskader in de toekomst kan worden vergroot.

Een van deze maatregelen was het aanpassen van loon- naar prijsinflatie. Deze aanpassing zorgt ervoor dat er binnen het toezichtskader iets eerder volledig geïndexeerd mag worden. Dit kan in de toekomst dan leiden tot een iets hoger pensioen.

Daarnaast is het beleggingsbeleid niet meer gericht op het compenseren van gemiste indexering uit het verleden. PFZW moet anders extra beleggingsrisico nemen om alle gemiste indexeringen in te halen.

Toch blijft het bestuur streven naar het realiseren van de ambitie. In 2017 gaat het bestuur verder met het onderzoeken van de haalbaarheid daarvan voor de komende jaren. Het gaat hierbij om de verhouding tussen de premie en de pensioenopbouw, gegeven de risicohouding en de ambitie van het pensioenfonds.

Risicohouding en haalbaarheidstoets

De haalbaarheidstoets laat zien in welke mate en hoe we onze ambities kunnen realiseren en in hoeverre pensioenresultaten kunnen tegenvallen in slechte scenario’s. Voor de haalbaarheidstoets formuleerde het bestuur een risicohouding, waarin de grenzen zijn aangegeven voor het pensioenresultaat. Bij de wijziging van de ambitie is ook deze risicohouding aangepast. In de aanvangshaalbaarheidstoets is het onze ambitie om ten minste een pensioenresultaat van 90% van een volledig met prijsinflatie geïndexeerd pensioen te behalen. Bij de toetsing eind 2016 bleek dat we aan de gestelde grenzen voldoen. Dit wordt jaarlijks getoetst.

Wij hebben ook een ‘eigen risicohouding’. Deze is anders dan de risicohouding bij de haalbaarheidstoets en wordt gebruikt bij de beleidsvorming door het bestuur. Onderdelen van de risicohouding zijn (op een horizon van vijftien jaar):

  • het pensioenresultaat: het werkelijke pensioen ten opzichte van een volledig geïndexeerd pensioen

  • de cumulatieve nominale achterstand: de mate waarin het pensioen kan dalen door herhaalde pensioenverlagingen

  • de toekomstbestendige indexering: de mate waarin PFZW aan het einde van de horizon kan indexeren

Bij de huidige financiële positie zijn de risico’s op het verlagen van pensioenen groot in relatie tot de grenzen die we hieraan hebben gesteld.

Bij de besluitvorming over de risicohouding hebben we een afweging gemaakt tussen de risico’s die we als pensioenfonds lopen en de mogelijkheden om de indexeringsambitie te kunnen realiseren. Bij de huidige financiële positie zijn de risico’s op het verlagen van pensioenen groot in relatie tot de grenzen die we hieraan hebben gesteld. Het risico op verlagen van pensioenen blijft hoog. De beleidsdekkingsgraad van 90,1% eind 2016 is lager dan 104,2%, de wettelijke eis voor het minimaal vereist eigen vermogen. Een verlaging van pensioenen is nodig tenzij voor eind 2020 voldoende herstel optreedt om aan deze eis te voldoen. Daarnaast kan een rentedaling of een laag beleggingsrendement in 2017 ertoe leiden dat de dekkingsgraad eind 2017 daalt tot onder de kritische grens van omstreeks 88%. In dit geval zou in 2018 een verlaging van pensioenen nodig zijn. De financiële positie blijft dus kwetsbaar.