Grondslagen en premies

Grondslagen

De actuariële grondslagen zijn de aannames voor de berekening van de voorziening en de premie. In 2016 zijn alle grondslagen onderzocht en geactualiseerd.

De belangrijkste is de grondslag sterfte en langleven. In september 2016 publiceerde het Koninklijk Actuarieel Genootschap een nieuwe prognosetafel (AG2016). Op basis hiervan hebben wij onze grondslag sterfte en langleven geactualiseerd. Afgezien hiervan leven mensen die in zorg en welzijn werken langer dan de gemiddelde Nederlandse bevolking. De inschatting van dit verschil (ook wel ervaringssterfte genoemd) is ook geactualiseerd.

Beide aanpassingen leiden ertoe dat deelnemers naar verwachting langer leven dan op basis van de vorige grondslag. De levensverwachting van een 65-jarige PFZW-deelneemster is dan ook gestegen van 88,8 naar 89 jaar. De stijging van de levensverwachting leidde tot een daling van de actuele dekkingsgraad met ongeveer één procentpunt.

Premie 2017

In 2017 zijn de pensioenpremies en opbouwpercentages als volgt:

 

2017

2016

   

Reguliere pensioenpremie OP/PP (bijdragegrondslag)

22,4%

22,4%

VPL-premie (Bijdragegrondslag)

1,1%

1,1%

Totaal pensioenpremie (bijdragegrondslag)

23,5%

23,5%

   

AP-premie (salaris -/- AP-franchise)

0,5%

0,4%

   

Opbouwpercentage OP

1,75%

1,75%

Opbouwpercentage PP

0,625%

0,625%

In de premie is een herstelopslag van 2 procentpunt verwerkt. De stijging van de AP-premie is het gevolg van de stijgende pensioenleeftijd en van een stijgend aantal deelnemers die arbeidsongeschikt worden.