Ontwikkelingen bij de grootste branches

Geestelijke gezondheidszorg

Door onder meer de scherpe afspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders en gemeenten die onvoldoende zorg hebben ingekocht, namen in 2016 de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg toe. Ook de druk op de acute en ambulante zorg steeg. Bijzondere aandacht ging uit naar het terugdringen van de administratieve handelingen in de branche.

Geboortezorg

Vanaf 1 januari 2016 bestaat de nieuwe branche Geboortezorg. Deze branche heeft een eigen branchevereniging en een eigen cao Kraamzorg, waarover in december 2016 een onderhandelaarsakkoord is bereikt. Voorheen maakte Geboortezorg onderdeel uit van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT). De branche heeft een kleine 10.000 deelnemers.

Gehandicaptenzorg

In 2015 heeft de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) al te maken gehad met bezuinigingen van € 700 miljoen. Daar zou in 2016 nog eens € 175 miljoen bijkomen voor alleen de gehandicaptenzorg. Volgens VGN zou dat 3.500 banen kosten. Deze bezuinigingen zijn ingetrokken door het ministerie. 

Jeugdzorg

Door de complexe, gemeentelijke financiering van de branche stond de toegankelijkheid van de jeugdzorg in 2016 onder druk. De daardoor ontstane bureaucratie leidde voor de sector tot ongewenste extra uitgaven.

Kinderopvang

In 2016 zette de ontwikkeling van de Integrale Kindcentra door. Dit zijn centra waarbinnen peuterspeelzalen, kinderopvang en basisonderwijs nauw samenwerken vanuit een gemeenschappelijke visie op de ontwikkeling van kinderen van nul tot twaalf jaar.

Kunsteducatie

De branche heeft te maken met krimp door bezuinigingen en decentralisatie. Mensen hebben hun baan verloren en een deel daarvan is al dan niet noodgedwongen als zzp’er verder gegaan. Er worden vraagtekens gezet bij de toekomstbestendigheid van de huidige pensioenregeling. In 2017 gaat de branche dit verder onderzoeken.

Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg

Het aantal deelnemers in deze branche neemt nog steeds af, maar niet meer zo hard als voorheen. Het probleem is nu vooral om goed gekwalificeerde mensen te vinden. Er dreigt met name een tekort aan HBO-verpleegkundigen. De werknemers in deze branche ervaren een hoge werkdruk. Er is een cao-akkoord bereikt, maar zonder handtekening van de vakbond FNV.

Welzijns- en maatschappelijk werk

In 2016 lag het accent in het welzijns- en maatschappelijk werk vooral op de verdere vormgeving van de sociale wijkteams. Hierin komen meerdere disciplines samen, ook uit andere branches.

Ziekenhuizen

In de branche ziekenhuizen hebben sociale partners in 2016 veel gesproken over het werkgeversdeel van de pensioenpremie in het kader van de aftopping van het pensioen.

Uiteindelijk kwamen sociale partners eind 2016 tot een principeakkoord. Verder probeert de werkgeversorganisatie de regeldruk in de ziekenhuizen terug te dringen. Ook kostenbeheersing van geneesmiddelen vraagt veel aandacht.

Scherp zicht op verplichtstelling

De verschuivingen in de zorg- en welzijnssector – door onder meer de taakverschuiving naar de gemeenten – lijken niet alleen druk te zetten op de werkgelegenheid, maar kunnen ook gevolgen hebben voor de werkingssfeer van de verplichtstelling. Wat de bewegingen op de arbeidsmarkt betreft, lijkt ultimo 2016 de afname van het aantal werknemers minder snel te gaan dan wel te stabiliseren. De ontwikkelingen binnen zorg en welzijn, denk aan nieuwe initiatieven zoals de vorming van multidisciplinaire wijkteams in het sociaal domein, leiden tot meer branchevervaging. Dat vraagt om scherp zicht op de reikwijdte van de verplichtstelling. Daarbij is het samenspel met de betrokken sociale partners van groot belang.