Marktontwikkelingen

Overgang PWRI naar PFZW van de baan

In 2016 werden de in 2015 gestarte besprekingen over een mogelijke overgang van PWRI, het pensioenfonds voor de Sociale Werkvoorziening, naar PFZW voortgezet. Omdat PWRI door de Participatiewet geen nieuwe toetreders meer kent, werd gezocht naar een houdbare oplossing voor de toekomst. Overgang naar PFZW was een serieuze optie. Door de verslechterde financiële positie van beide pensioenfondsen volgde in mei 2016 het besluit de besprekingen op te schorten.

In de zomer pakte men de draad weer op, maar in september 2016 kwam een eind aan de onderhandelingen. Een van de redenen was het voorgenomen besluit van PFZW om de indexeringsambitie te wijzigen. Daarnaast was ook een punt van discussie de eerder niet toegekende premievrijstelling aan deelnemers PWRI die ooit arbeidsongeschikt werden, maar verzuimden binnen een jaar een verzoek tot deze premievrijstelling in te dienen.

Marktbeleid

Het marktbeleid van het pensioenfonds bleef gericht op marktbehoud, waarmee ondermijning van de verplichtstelling door nieuwe marktontwikkelingen wordt voorkomen. De dynamiek in de zorg- en welzijnsmarkt is groot. Daarbij is PFZW zich bewust van de technologische innovatie in zorg en welzijn. Deze ontwikkeling resulteert in de opkomst van nieuwe bedrijven in de sector die zich hierop toeleggen. PFZW staat open voor toetreding van dergelijke bedrijven, mits deze onder de werkingssfeer van PFZW vallen. De Pensioenwet kent de regel ‘geen premie toch recht’. Daarom is correcte en tijdige aansluiting van groot belang. Het is de (juridische) verplichting van een werkgever om zich aan te sluiten bij PFZW. De praktijk leert dat werkgevers PFZW niet altijd spontaan vinden.

Dit gaf aanleiding tot een wijziging (zie hierna onder Verplichtstelling) in de zorg-verplichtstelling en waar mogelijk versterking van de handhaving. Aanpassing van een verplichtstelling is tijdrovend en arbeidsintensief. Voor versterking van de handhaving heeft PFZW besloten om een initiatief vanuit het pensioenveld te ondersteunen. In dat initiatief wordt gekeken of een wettelijke regeling mogelijk is om in meer gevallen pensioenrecht niet toe te kennen als er geen premie is betaald.

Bovendien spande PFZW zich in voor een wijziging van artikel 4 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Deze vergroot de handhavingsbevoegdheden van het pensioenfonds als het vermoeden bestaat dat een werkgever onder de verplichtstelling valt. Bij zo’n vermoeden wordt de werkgever verplicht inzicht te geven in de administratie.

PFZW heeft besloten om toegang tot de Instapregeling te verruimen. De voorwaarde dat de regeling alleen openstaat voor werkgevers in nieuwe branches in de sector, is per 1 januari 2017 geschrapt. Hierdoor krijgt de Instapregeling een ruimer bereik.

Verplichtstelling

Per 1 juli 2016 is de verplichtstelling voor de werkgever in de intramurale en/of extramurale zorg gewijzigd in verband met:

  • een gedeeltelijke intrekking van de verplichtstelling voor eenmanszaken

  • een uitbreiding van de verplichtstelling voor de bedrijfsactiviteit ‘medisch specialistische zorg door vrij gevestigde medisch specialisten’

Dit betekent onder meer dat Medisch Specialistische Bedrijven (MSB’s) onder de verplichtstelling van PFZW gaan vallen. Ook wordt het eenvoudiger om zelfstandige klinieken aan te sluiten. Verder is verduidelijkt welke werkgevers of werknemers van de verplichtstelling zijn uitgezonderd, waardoor de afbakening met andere pensioenfondsen eenvoudiger is geworden. De bekendmaking van de wijziging en gedeeltelijke intrekking van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn stond op 30 juni 2016 in de Staatscourant nr. 34693.