Fiscale eenheid

Fiscale eenheid voor de omzetbelasting

PFZW en coöperatie PGGM vormen voor de omzetbelasting een fiscale eenheid. Dit betekent dat er binnen deze eenheid geen btw in rekening hoeft te worden gebracht. In 2016 is over het voortbestaan van de fiscale eenheid overleg geweest met de belastingdienst.

Om de fiscale eenheid te kunnen handhaven zijn aanpassingen aangebracht met effect per 1 januari 2017 in de statuten van de coöperatie PGGM. Door die aanpassingen wordt aan PFZW een hoedsterrol toegekend. De hoedster heeft in de statuten een rol gekregen naast de bestaande PGGM-gremia, te weten; het coöperatiebestuur en de ledenraad van PGGM UA. 

De hoedsterrol geeft PFZW ten aanzien van een aantal specifiek benoemde onderwerpen bijzonder rechten ten aanzien van PGGM U.A., het betreft rechten ten aanzien van statutenwijziging, fusie, splitsing of samenwerking en benoeming van bestuurders. Dit maakt PGGM U.A. en haar dochters per 1 januari 2017 een verbonden partij. Deze wijziging heeft geen impact op de reeds bestaande afspraken tussen PGGM U.A. en PFZW.

Juridische procedure omzetbelasting buiten de fiscale eenheid

Dienstverlening door derden, uitgezonderd dienstverlening aan de beleggingsfondsen van de uitvoeringsorganisatie, wordt belast met btw. Daarentegen zijn pensioenfondsen met een zuivere DC-pensioenregeling vrijgesteld van btw.

PFZW meende dat er goede redenen zijn om DB-regelingen gelijk te behandelen aan DC-regelingen. In 2009 is een procedure gestart om de fiscale positie te verbeteren. De potentiële besparing hebben we geschat op circa € 10 miljoen per jaar.

Op 9 december 2016 verklaarde de Hoge Raad het door PFZW ingestelde cassatieberoep ongegrond en stelde PFZW in het ongelijk. De Hoge Raad kwam tot dit oordeel op basis van de volgende overweging:

“Aan het oordeel dat een beleggingsrisico van voldoende betekenis ontbreekt, doet niet af dat niet is uitgesloten dat de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen niet worden geïndexeerd, dan wel worden verminderd. Dit risico is van een andere orde dan het risico dat deelnemers van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) op hun ingelegde gelden dragen als gevolg van tegenvallende beleggingsresultaten. Laatstgenoemd risico zal zich immers direct vertalen in een vermindering van de waarde van de deelgerechtigdheid.”

Volgens de Hoge Raad loopt een deelnemer in een pensioenfonds niet het risico dat een belegger loopt. Een belegger in een beleggingsfonds is één-op-één gerechtigd tot de positieve of negatieve resultaten op de beleggingen. Een deelnemer in een pensioenfonds is dat niet. Daarmee is de collectief vermogensbeheervrijstelling niet van toepassing op een pensioenfonds.

Voor PFZW is dit dossier nu gesloten.