Risicomanagement

Het risicomanagement van PFZW is bedoeld om het bestuur in staat te stellen de risico’s van PFZW en de risico’s van de uitbestede diensten te identificeren en te beheersen. Dat helpt om onze langetermijndoelstellingen te realiseren.

Omdat PFZW veel werk uitbesteedt aan en nauw samenwerkt met de uitvoeringsorganisatie, heeft het bestuur van PFZW het risicomanagement hierop afgestemd: we spreken dezelfde risicotaal.

Twee PFZW-commissies houden zich bezig met risico’s. Dat zijn het audit committee en de bestuurscommissie investments. Het audit committee adviseert het bestuur over de interne beheersing, de in- en externe controles, compliance en ethiek. Het audit committee kijkt ook naar het risico van beleidsvoorstellen van de pensioencommissie en adviseert het bestuur daarover. De bestuurscommissie investments adviseert het bestuur over de risico’s die betrekking hebben op het beleggingsbeleid. De risicomanagers van het bestuursbureau ondersteunen beide commissies.

Risicobereidheid

PFZW loopt risico’s. De kosten van risicobeheersing nemen sterk toe als alle risico’s worden aangepakt. Daarom maken we een duidelijke afweging tussen kosten van beheersing van risico’s en de impact van risico’s. Bovendien zijn er risico’s die PFZW niet kan beïnvloeden, zoals demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de financiële markten. Risicobereidheid geeft aan in welke mate het bestuur de kans wil lopen dat een bepaald risico zich voor kan doen, en welke gevolgen dan acceptabel zijn over welke periode. De risicobereidheid is gelijk aan een kwalitatief oordeel (laag, laag / midden, midden, midden / hoog, hoog) of een bedrag dat PFZW over een periode (gemiddeld) bereid is te verliezen. Het kwalitatieve oordeel wordt hieronder vermeld bij de negen strategische risico’s.

De risico’s die PFZW loopt, zijn inzichtelijk door verantwoording over kritische risico-indicatoren, audits, risicorapportages en door opgetreden incidenten. Om te zorgen dat de werkelijke risico’s binnen onze risicobereidheid blijven, voeren we waar nodig verbeteringen door. Zo zijn in 2016  verschillende mandaten voor uitvoering van het vermogensbeheer vernieuwd en zijn beleidskaders voor onder meer onderpandbeheer, securities lending, facturatie incasso en excasso opnieuw omschreven.

Strategische risico's 

Op advies van de twee commissies heeft het bestuur in december 2016 negen risico’s beoordeeld. Het tiende risico ’Onderuitbesteding’ is einde derde kwartaal 2016 als strategisch risico vervallen omdat voldoende maatregelen zijn getroffen.

Op basis van het jaarlijkse risico assessment heeft het bestuur voor 2017 twee nieuwe risico’s toegevoegd: ALM en Beloning vanuit beleggingen. In het jaarverslag van 2017 wordt ingegaan op deze nieuwe risico’s.

Het verschil tussen bruto en netto risico wordt gemaakt door het opstellen van beheersingsmaatregelen. Zonder beheersingsmaatregelen spreken we over bruto risico. Na het treffen van maatregelen resteert een netto risico.

  1. Strategisch alignment: het risico dat onze ambities en belangen niet op één lijn liggen met de uitvoeringsorganisatie. Dit risico bestaat vanwege de hoge mate van uitbesteding en de projecten die daarmee samenhangen. De strategische dialoog met de uitvoeringsorganisatie wordt regelmatig gevoerd, is intensief en blijft nodig. Het midden / hoge risico is gelijk gebleven.

  2. Financiële opzet: het risico dat de nominale pensioenaanspraken van deelnemers niet volledig kunnen worden waargemaakt. Daarnaast ambieert PFZW een waardevast pensioen. De renteontwikkeling, de premiebijdrage en het rendement zorgden niet voor een verbetering van de financiële positie. Het risico dat de nominale pensioenaanspraken de komende jaren verlaagd moeten worden, is onverminderd hoog.

  3. Wantrouwen & cynisme: het risico op wantrouwen bij onze deelnemers en werkgevers. Dat kan leiden tot een slechter imago en minder loyaliteit. We hebben de afgelopen jaren niet geïndexeerd. De kans dat pensioenaanspraken de komende jaren verlaagd moeten worden is reëel. De aandacht in de media en het publieke debat is sterk toegenomen en de toon over pensioenen is negatief. Wij communiceren intensief en hebben PFZW via het programma 'Betere Wereld' meer onder de aandacht gebracht. Dit risico is verhoogd in 2016, maar is wel midden / hoog gebleven.

  4. Verlies grote verplichtstelling: het risico dat de verplichtstelling wordt opgeheven waardoor de kracht van het collectief verloren gaat. Dit verlies weegt volgens PFZW niet op tegen meer vrijheid voor deelnemers en werkgevers. De politiek heeft hierover in 2016 uitgebreid gediscussieerd. Wij nemen op diverse manieren deel aan het debat. De uitkomst is nog onzeker en hangt onder meer af van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Het risico blijft onverminderd hoog.

  5. Solidariteitsevenwicht nieuw pensioencontract: het risico dat niet tijdig een nieuw pensioencontract tot stand komt dat op maatschappelijke steun kan rekenen. We zijn in gesprek met de overheid over het ontwikkelen van een premieovereenkomst met collectieve en solidaire elementen. Dit risico is verlaagd van hoog naar midden / hoog in 2016.

  6. Balansrisico: het risico dat de waarde van de beleggingen onvoldoende de nominale pensioenaanspraken volgt. Naar verwachting blijft de rente nog lang laag, waardoor de pensioenaanspraken veel waard zijn. De beleggingsrendementen kunnen deze waardeontwikkeling niet bijbenen. De kans om de nominale pensioenaanspraken te moeten verlagen over vijf jaar is reëel. Dit risico is verhoogd in 2016, en in het segment hoog gebleven.

  7. Beheersen van wijzigingen: het risico dat we onvoldoende regie hebben bij het wijzigen van de uitbestede diensten waardoor de dienstverlening aan kwaliteit inboet. In 2016 is dit risico afgenomen van hoog naar midden / hoog.

  8. Complexiteit proces en ICT:de grote complexiteit van de bestaande processen en de ondersteunende ICT maakt het uitvoeren van de strategie lastig. De uitvoeringsorganisatie heeft de nodige maatregelen genomen op ICT-gebied waarvan het effect in 2017 zichtbaar wordt. Dit risico is iets verlaagd in 2016, maar wel hoog gebleven.

  9. Competenties uitvoering: het risico dat de uitvoeringsorganisatie niet de kwaliteit heeft om onze strategie uit te voeren. De uitvoeringsorganisatie stuurt op gedrag en cultuur. Dit wordt zichtbaar in 2017. Dit risico is midden / hoog.

Solvabiliteitsmonitor

De ontwikkeling van de rentes, demografische grondslagen en toekomstige beleggingsrendementen is onzeker. Deze elementen hebben impact op de actuele dekkingsgraad. De onzekerheid op de korte termijn over de (nominale) actuele dekkingsgraad is het solvabiliteitsrisico. Het solvabiliteitsrisico wordt structureel bewaakt.

Ontwikkelingen in 2016: verkennen van strategische risico's

Het bestuur van PFZW heeft samen met de raad van toezicht en de uitvoeringsorganisatie een strategische verkenning gehouden. Deze verkenning betrof de financiële innovaties en de digitale revolutie in de pensioensector en spitste zich toe op de kansen en bedreigingen rond het thema FinTech. Deze strategische dialoog wordt in 2017 vervolgd.

Incidenten

De uitvoeringsorganisatie informeert ons maandelijks over incidenten. De belangrijkste incidenten hielden verband met het strategische risico ‘Complexiteit proces en ICT’. Incidenten worden uiteindelijk structureel opgelost. We geven het volgende voorbeeld. In de gegevensuitwisseling tussen PFZW en de aangesloten werkgevers en hun administratiekantoren is de toegangsbeveiliging aangescherpt door het treffen van tijdelijke maatregelen. De structurele oplossing wordt begin 2017 geïntroduceerd, gelijktijdig met het platform Uniforme Pensioen Aangifte.

Boetes, dwangsommen

In het verslagjaar zijn aan het pensioenfonds geen dwangsommen of boetes opgelegd en zijn geen aanwijzingen gekregen en geen bewindvoerders aangesteld.

DNB onderzoeken en selfassessments

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in 2016 nieuwe onderzoeken uitgevoerd en een eindoordeel gegeven over eerdere onderzoeken.

  • Selfassessment belangenverstrengeling
    Eindoordeel: PFZW heeft een aantal good practices die door DNB zullen worden gedeeld met de sector.

  • Themaonderzoek sanctiewetgeving
    DNB heeft een nieuw onderzoek gedaan bij PFZW en de uitvoeringsorganisatie naar de implementatie van de maatregelen rond sanctiewetgeving.
    Eindoordeel: zowel PFZW als de uitvoeringsorganisatie voldoen aan de vereisten vanuit de wet.

  • Themaonderzoek beheersing renterisico
    Eindoordeel: DNB heeft PFZW gewezen op de complexiteit in het beleid ten aanzien van het afdekken van het rente- en inflatierisico in het zogenaamde RIA-mandaat. Uit, onder andere, het beleggingsplan 2016 blijkt dat PFZW het inflatierisico niet langer strategisch afdekt en dat daarmee de belangrijkste oorzaak van de gesignaleerde complexiteit is weggenomen. Daarmee is voor DNB de reden komen te vervallen om de ontwikkelingen in het mandaat actief te monitoren. DNB heeft het onderzoek hiermee afgesloten.

  • Themaonderzoek beheersing (internationaal) vastgoed
    Eindoordeel: Uit het onderzoek kwamen enkele tekortkomingen in de beheersing van de vastgoedportefeuille naar voren. PFZW heeft deze geadresseerd door middel van aanvullende rapportages. DNB heeft kennis genomen van de opvolging die PFZW hieraan heeft gegeven. Dit geeft geen aanleiding tot nadere vragen of een vervolgonderzoek.

  • Onderzoek kosten vermogensbeheer
    DNB heeft een nieuw onderzoek gedaan naar de beheersing van de kosten van het vermogensbeheer.
    Eindoordeel: PFZW beheerst de processen rond vermogensbeheerkosten goed.

  • Onderzoek structured credit
    DNB heeft de beheersing van de beleggingscategorie structured credit in onderzoek bij PFZW en de uitvoeringsorganisatie.
    Eindoordeel: het onderzoek is nog niet afgerond.

  • Selfassessment uitbesteding
    Het selfassessment ging over het uitbestedingsmanagement van PFZW. Het uitbestedingsbeleid van het pensioenfonds is voor 2017-2020 aangepast en vastgesteld door het bestuur.

AFM

PFZW heeft gesprekken gevoerd met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) over de wijze waarop de deelnemers worden geïnformeerd over hun pensioen. Vooral de communicatie over indexering is toegelicht.

AP

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) trad in 2016 als nieuwe toezichthouder op. Conform de regelgeving heeft PFZW datalekken gemeld bij de AP.

De directe kosten voor de toezichthouders DNB en AFM bedroegen € 1,3 miljoen in 2016. Deze kosten worden via een omslagstelsel volledig gedragen door de onder toezicht gestelde organisaties. Door zowel PFZW als de uitvoeringsorganisatie worden ook kosten gemaakt om het toezicht te faciliteren.