16 Financiering en financiële positie

Financiële positie

De actuele dekkingsgraad is gedurende 2017 gestegen van 95,2% naar 101,1%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden op de maandeinden. De reële dekkingsgraad is ook wettelijk gedefinieerd. Dit is de verhouding tussen de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad waarbij volledig toekomstbestendig geïndexeerd zou kunnen worden.

De beleidsdekkingsgraad van 98,6% ligt onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% en onder de vereiste dekkingsgraad van 124,8%. PFZW heeft daarom zowel een dekkings- als een reservetekort. De vereiste dekkingsgraad bevat een solvabiliteitsbuffer van 24,8% om de kans om binnen een jaar in een dekkingstekort te komen, te minimaliseren.

Dekkingsgraden

2017

2016

   

Actuele dekkingsgraad

101,1%

95,2%

Beleidsdekkingsgraad

98,6%

90,1%

Reële dekkingsgraad

79,7%

73,4%

Bij het bepalen van de voorziening is gebruik gemaakt van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur inclusief Ultimate Forward Rate (UFR). Onderstaande tabel geeft de impact van de verschillende factoren op de ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad weer.

 

2017

2016

   

Dekkingsgraad begin van het jaar

95,2%

95,1%

   

Impact beleggingsopbrengst:

  

◦ Rendement (exclusief rente- en inflatiemandaat)

6,0%

7,5%

◦ Rente- en inflatiemandaat

(1,1%)

3,8%

 

4,9%

11,3%

Impact ontwikkeling verplichtingen:

  

◦ Rentetoevoeging voorziening

0,2%

0,1%

◦ Marktwaarde verandering

1,4%

(10,4%)

 

1,6%

(10,3%)

Impact premies en uitkeringen:

  

◦ Premiebijdrage en pensioenopbouw

(0,6%)

0,0%

◦ Verrichten van pensioenuitkeringen

0,0%

(0,1%)

 

(0,6%)

(0,1%)

   

Impact aanpassing actuariele grondslagen

(0,1%)

(0,7%)

   

Indexering

0,0%

0,0%

   

Overige mutaties

0,1%

(0,1%)

   

Dekkingsgraad eind van het jaar

101,1%

95,2%

    De factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de dekkingsgraad zijn hieronder toegelicht:

    • Het totaal behaalde rendement in 2017 op de beleggingsportefeuille van PFZW is 5,1%. De reguliere beleggingen zorgen voor een positief rendement. Het behaalde rendement exclusief renteafdekking (6,3%) leidt tot een stijging van 6,0 procentpunt van de dekkingsgraad. Door het negatieve rendement van de renteafdekking (1,1%) daalt de dekkingsgraad met 1,1 procentpunt.

    • Door marktwaardeverandering in de rentetermijnstructuur stijgt de dekkingsgraad met 1,4 procentpunt. Hierbij is gerekend met de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per eind december 2017, inclusief UFR.

    • Door premiebijdrage en pensioenopbouw daalt de dekkingsgraad met 0,6 procentpunt. De premiedekkingsgraad was in 2017 82%. Dit is lager dan de actuele dekkingsgraad van 101%. Door verrichten van pensioenuitkeringen stijgt de dekkingsgraad met minder dan 0,1 procentpunt.

    • Door aanpassing actuariële grondslagen daalt de dekkingsgraad met 0,1 procentpunt. Dit is vooral het gevolg van het toegenomen aantal arbeidsongeschikte deelnemers.

    • De overige mutaties zorgen voor een stijging van de dekkingsgraad met 0,1 procentpunt. Dit is het gevolg van het stijgen van de pensioenrekenleeftijd naar 68 in 2018. Dit zorgt ervoor dat de premievrije opbouw voor arbeidsongeschikten goedkoper wordt.

    Herstelplan

    Aangezien de dekkingsgraad van PFZW onder de vereiste dekkingsgraad ligt, heeft PFZW in 2015 een herstelplan ingediend. Dit herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij wordt getoetst dat binnen tien jaar de dekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt. In 2018 is dit herstelplan geactualiseerd. Hieruit blijkt dat gegeven de actuele dekkingsgraad eind 2017 de dekkingsgraad naar verwachting zonder aanvullende maatregelen binnen tien jaar boven de vereiste dekkingsgraad komt.

    Indexering

    Indexering is voorwaardelijk en wordt jaarlijks door het bestuur van PFZW vastgesteld. Er is geen recht op indexering. De indexering is afhankelijk van de financiële positie van PFZW. De beleidsdekkingsgraad eind september 2017 was 97%. Conform de financiële opzet en het herstelplan heeft het bestuur van PFZW besloten niet te indexeren (bij een prijsinflatie van 1,5%).

    PFZW heeft de ambitie om de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen jaarlijks aan te passen aan de prijsinflatie. Tot en met 2016 was de ambitie de algemene loonontwikkeling in de sector zorg en welzijn. Volgens de financiële opzet financiert PFZW de indexeringsambitie deels uit de premie en deels uit rendement op beleggingen.

    Gegeven de huidige financiële positie is de kans op indexering ook de komende jaren klein. Die verwachting is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Volgens het FTK mag pas worden geïndexeerd bij een beleidsdekkingsgraad boven de 110%. Daarnaast moeten de buffers hoog genoeg zijn om deze indexering ook in de toekomst te kunnen blijven geven.

    Premie en toetsing aan de Pensioenwet

    De feitelijke pensioenpremie voor 2017 bedraagt 23,5% over het salaris boven de franchise. Hiervan is 1,1 procentpunt bestemd als VPL-premie voor compensatie Flexpensioen. Naast de reguliere premie van 22,4% valt 0,1%-punt premie vrij uit de premiestabilisatiebestemmingsreserve. Er was in 2017 geen sprake van premiekorting.

    De premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen voor 2017 bedraagt 0,5% over salaris boven de AP-franchise. 

    Achteraf bekijkt PFZW of de premie over 2017 voldoende kostendekkend is geweest. Dit wordt op twee manieren getoetst. Op basis van de gedempte kostendekkende premie en op basis van de ongedempte kostendekkende premie.

    De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van een verwacht rendement gecorrigeerd voor de ambitie van het fonds. 

    De ongedempte kostendekkende premie is gebaseerd op de nominale rentestand van eind 2017 (inclusief UFR) met bijbehorende yield van 1,7%. Bij de ongedempte kostendekkende premie wordt geen rekening gehouden met de meeropbrengst vanuit het beleggingsbeleid.

    PFZW heeft ervoor gekozen om te toetsen op basis van de gedempte premie, omdat dit een stabieler beeld geeft, en er rekening wordt gehouden met beleggingsbeleid en de ambitie. Dit is conform het FTK.

    De feitelijke pensioenpremie (exclusief VPL-premie) van 22,4% is hoger dan de gedempte kostendekkende premie van 16,3%, ook wordt er nog 0,1% premie uit de bestemmingsreserve onttrokken. Hiermee wordt voldaan aan de eis van kostendekkendheid volgens de Pensioenwet. De ongedempte kostendekkende premie is 33,9%.

    In onderstaande tabel zijn de verschillende premies uitgesplitst. Wanneer de feitelijke premie (exclusief toevoeging/onttrekking premiestabilisatiebestemmingsreserve) wordt vergeleken met de kostendekkende premies is een positief verschil te bestemmen als een opslag voor herstel van de financiële positie.

      

    Gedempte
    kostendekkende
    premie

     

    Ongedempte
    kostendekkende
    premie

    Pensioenopbouw actieven

    8,9%

     

    25,3%

     

    Premievrije pensioenopbouw AO-ers

    0,4%

     

    1,1%

     

    Ingang Partnerpensioen op risicobasis

    0,5%

     

    0,8%

     
         

    Totaal actuariële inkooppremie

     

    9,8%

     

    27,2%

         

    Opslag voor vereist eigen vermogen

     

    2,3%

     

    6,5%

    Opslag voor de uitvoeringskosten

     

    0,2%

     

    0,2%

    Opslag bestemd voor voorwaardelijke indexering

     

    4,0%

     

    0,0%

         

    Totale kostendekkende premie

     

    16,3%

     

    33,9%

         

    Feitelijke pensioenpremie

     

    22,4%

     

    22,4%

    Toevoeging aan premiestabilisatiebestemmingsreserve

     

    (0,1%)

     

    (0,1%)

    Premieoverschot/-tekort

     

    6,2%

     

    (11,4%)

      Waardeoverdrachten

      De Pensioenwet schrijft voor dat de individuele waardeoverdrachten worden opgeschort als bij een van de betrokken pensioenuitvoerders, of beiden, sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder de 100%. Omdat de beleidsdekkingsgraad van PFZW het hele jaar onder de 100% lag, hebben er in 2017 geen waardeoverdrachten plaatsgevonden.