Wijzigingen pensioenreglement en uitvoeringsreglement

Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in 2017

Aanpassing indexeringsambitie

Per 1 januari 2017 is de indexeringsambitie gewijzigd. Sindsdien heeft PFZW de ambitie om de pensioenaanspraken en pensioenrechten te indexeren met de prijsontwikkeling volgens de consumentenprijsindex (CPI) van het CBS in plaats van met de loonontwikkeling in de sector. De indexering blijft voorwaardelijk.

Vervallen van de shopmogelijkheid bij netto-ouderdomspensioen

Bij de introductie van de Regeling netto-ouderdomspensioen eind 2015 was ook geregeld dat er met het bij PFZW opgebouwde kapitaal bij een andere pensioenverzekeraar een netto-ouderdomspensioen mocht worden aangekocht (‘shoppen’). In de loop van 2016 bleek echter dat shoppen wettelijk toch niet is toegestaan binnen de regeling zoals PFZW die uitvoerde. De shopmogelijkheid is om die reden per 1 januari 2017 uit het pensioenreglement gehaald.

Op 8 november 2017 heeft het bestuur besloten om per 1 januari 2018 te stoppen met het product netto-ouderdomspensioen.

Nieuwe leidraad verlaging en premieopslag

Eind 2016 is besloten het beleid bij een dekkingstekort te nuanceren in die zin dat als een premieopslag van maximaal 1,5% kleine verlagingen voorkomt, het herstel van de dekkingsgraad dan volledig uit premie wordt gerealiseerd. Als dat percentage van 1,5% onvoldoende is, kan de premieopslag oplopen tot maximaal 2,5%, al dan niet in combinatie met een verlaging van de pensioenen.

De premieopslag wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en blijft gehandhaafd zo lang een eventuele verlaging van de pensioenuitkering niet door indexatie is ingelopen. Deze nieuwe leidraad is per 1 juli 2017 opgenomen in het pensioenreglement.

Vereenvoudiging van de regeling vrijwillige voortzetting (en BVW)

De vrijwillige voortzetting na einde van de deelneming bij PFZW bestond uit verschillende vormen. Deze zijn teruggebracht naar één vorm. Deze vrijwillige voortzetting mag maximaal drie jaar duren. De eis dat iemand minimaal drie jaar in de sector moet hebben gewerkt is vervallen.

De deelnemer die een onderneming heeft, kan net als voorheen na drie jaar de deelneming vrijwillig voortzetten voor maximaal nog zeven jaar.

Daarnaast is besloten om in bepaalde gevallen op een andere manier rekening te houden met inkomsten tijdens de periode van vrijwillige voortzetting. Hierbij wordt voortaan aangesloten bij de systematiek in de WW. De bescherming bij verlof en werkloosheid (BVW) is eveneens aangepast op bovengenoemde wijze.

Andere wijzigingen

  • Aanpassing aan de wijziging van de fiscale maximeringsregels voor het ouderdomspensioen en het vervallen van het doorwerkvereiste bij uitstellen daarvan (januari 2017).

  • Vervallen van de mogelijkheid bij een premieovereenkomst de pensioenuitkering te splitsen in een tijdelijke en een levenslange uitkering bij de Regeling aanvullend ouderdomspensioen (‘Extrapensioen’) vanwege het vervallen van de wettelijke basis daarvoor (juli 2017).