Oordeel certificerend actuaris

In de actuariële verklaring over boekjaar 2017 heeft de actuaris verklaard dat naar zijn overtuiging is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet, met uitzondering van artikel 131 (minimaal vereist eigen vermogen) en artikel 132 (vereist eigen vermogen). Omdat het eigen vermogen lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen kwalificeert de actuaris de vermogenspositie als slecht.

Verder merkt de actuaris op dat het niveau van de marktrente de afgelopen jaren zowel de realisatie als de financiering van de voorwaardelijke toeslagverlening negatief heeft beïnvloed. Daardoor staan deze per einde 2017 nog steeds op gespannen voet met de reële ambitie van het pensioenfonds. Het pensioenfonds heeft de indexatieambitie per 1 januari 2017 verlaagd van het volgen van de looninflatie naar het volgen van de prijsinflatie. Tegelijkertijd is het inhalen van gemiste indexaties niet langer een ambitie maar een intentie. Ondanks de aanpassingen in het indexatiebeleid staat de consistentie van de financiële opzet naar zijn mening onverminderd onder druk.

In 2018 heeft het pensioenfonds een actualisatie van het herstelplan opgesteld. De actuaris wijst er op dat zowel de te realiseren herstelkracht als de mate waarin de door het pensioenfonds nagestreefde reële ambitie gedurende de herstelperiode naar verwachting kan worden verwezenlijkt, in grote mate afhankelijk zal zijn van toekomstige, onzekere overrendementen.

De actuaris merkt wel op dat het bestuur bij de totstandkoming van de regeling voor 2018 blijk heeft gegeven zich hiervan bewust te zijn. De premieruimte die is ontstaan bij de verhoging van de pensioenrekenleeftijd is aangewend ten behoeve van de premiedekkingsgraad.