Beleggingsresultaten in 2017

Gecumuleerd meerjarig rendement

Het rendement – na aftrek van kosten voor vermogensbeheer – kwam in 2017 uit op 5,1%. Dat is 0,1%-punt onder de benchmark. Daarmee komt het gemiddelde rendement sinds de oprichting van het pensioenfonds in 1971 uit op 8,2%. De onderstaande grafiek geeft het cumulatieve 10-jaars rendement weer dat in 2017 op 82,5% uitkwam. Het geannualiseerde 10-jaars rendement ultimo 2017 is 6,2%.

Onderstaande tabel geeft in meer detail inzicht in de behaalde rendementen in 2017, rekening houdend met de gemaakte kosten ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen:

Beleggingen en rendement PFZW

31 december 2017

 

Allocatie1
€ In mln

In %

Bruto
rendement

Kosten2

Netto
rendement

Netto
benchmark

Out-
performance

        

Zakelijke waarden

€ 101.359

51,4%

7,0%

0,9%

6,1%

5,3%

0,7%

Liquide aandelen

€ 53.933

27,3%

8,7%

0,1%

8,6%

8,6%

0,0%

Private equity

€ 11.751

6,0%

19,0%

4,9%

14,1%

6,8%

6,9%

Beursgenoteerd vastgoed

€ 11.171

5,7%

(2,5%)

0,0%

(2,5%)

(2,2%)

(0,4%)

Privaat vastgoed

€ 12.137

6,2%

4,3%

1,4%

2,9%

1,2%

1,7%

Infrastructuur

€ 7.445

3,8%

9,6%

0,8%

8,8%

6,5%

2,2%

Insurance

€ 3.840

1,9%

(12,4%)

0,9%

(13,3%)

(10,0%)

(3,7%)

Overig

€ 1.082

0,5%

(6,3%)

2,0%

(8,3%)

6,0%

(13,5%)

        

Krediet

€ 25.860

13,1%

(2,5%)

0,2%

(2,7%)

1,6%

(4,2%)

Bedrijfsobligaties & High yield

€ 11.739

6,0%

(1,6%)

0,2%

(1,8%)

(2,1%)

0,3%

Emerging markets debt

€ 7.489

3,8%

1,4%

0,2%

1,2%

0,9%

0,2%

Structured credit

€ 5.168

2,6%

(10,7%)

0,1%

(10,8%)

10,5%

(19,3%)

Hypotheken

€ 1.464

0,7%

3,0%

0,5%

2,5%

2,7%

(0,2%)

        

Grondstoffen

€ 10.018

5,1%

7,3%

0,0%

7,3%

7,2%

0,1%

        

Vastrentende waarden

€ 59.950

30,4%

(4,0%)

0,0%

(4,0%)

(4,4%)

0,4%

Rente-afdekkingsmandaat

€ 52.999

26,9%

(4,4%)

0,0%

(4,4%)

(5,0%)

0,6%

Overige vastrentende waarden

€ 4.423

2,2%

4,2%

0,0%

4,2%

4,2%

0,0%

Kas

€ 2.528

1,3%

 

€ 2

   
        

Valuta overlay

€ (5)

0,0%

  

€ 5.444

€ 5.444

 

Vergoeding uitvoeringsorganisatie

   

€ 15

   

Bestuurskosten vermogensbeheer

   

€ 1

   
        

Totaal

€ 197.182

100,0%

5,6%

0,5%

5,1%

5,2%

(0,1%)

    • 1Bovenstaande tabel volgt de indeling van de strategische benchmark van PFZW, waarbij door de bijbehorende vorderingen, schulden en kasposities heen wordt gekeken. Hierdoor sluiten bedragen uit deze tabel niet aan met de balans in de jaarrekening, waar een rubricering volgens de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving wordt toegepast. De allocatie (in euro en percentage) sluit niet aan met de tabel Kosten vermogensbeheer per beleggingscategorie, waarin de allocatie conform Aanbevelingen Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie op basis van het gemiddeld belegd vermogen wordt gepresenteerd.
    • 2Betreft kosten vermogensbeheer exclusief transactiekosten.

    Rendement voor zakelijke waarden positief dankzij liquide aandelen

    Het rendement op zakelijke waarden is uitgekomen op 6,1%. In dit cijfer is de positieve impact van de afdekking van het valutarisico niet meegenomen. Vooral liquide aandelen kenden opnieuw een goed jaar, waarbij rendementen - afgezien van valuta-effecten - in alle regio’s in de dubbele cijfers liepen. Ook private equity en infrastructuur droegen bij aan het totaal rendement. Vastgoedbeleggingen leverden per saldo een verlies in euro’s op, dit werd volledig veroorzaakt door de zwakkere dollar. Alleen de categorie insurance leverde in lokale valuta’s gemeten een daadwerkelijk negatief rendement. Het netto rendement van (13,3%) werd grotendeels veroorzaakt door de zwakkere US dollar. Iets minder dan 2% van het negatieve rendement was het gevolg van de verzekerde schade die werd veroorzaakt door de orkanen Harvey, Irma en Maria.

    Kredietbeleggingen profiteren van lagere rentes en credit spreads

    Bedrijfsobligaties, high yield en structured credit in alle regio’s profiteerden van een lichte daling van zowel de rente als van de credit spreads. Verliezen als gevolg van wanbetalingen bleven beperkt. Obligaties die zijn uitgegeven in euro en hypotheken leverden een rendement op van één tot meerdere procentpunten. Bij bedrijfsobligaties en high yield uitgegeven in andere valuta dan de euro overheerste het valuta-effect. Vooral de waardedaling van de Amerikaanse dollar leidde hier tot een negatief rendement.

    Emerging markets debt local currency profiteerde van een lichte daling van de rente in opkomende markten. De winst die dit opleverde werd echter voor een groot deel tenietgedaan door de sterkere euro. In tegenstelling tot de eerder genoemde beleggingen in krediet wordt bij deze beleggingscategorie het wisselkoersrisico niet afgedekt, waardoor de bijdrage aan het totale portefeuillerendement op 1,2% uitkwam.

    Stijging van de olieprijs gunstig voor grondstoffen

    Een stijging van de olieprijzen in de tweede helft van 2017 was de belangrijkste bron voor het rendement van 7,3% op grondstofbeleggingen. Positief voor beleggers was verder een omkeer in de termijnstructuur, waardoor het doorrollen bijdroeg aan het rendement. Grondstofbeleggers beleggen in termijncontracten. Voor afloop van het contract worden die verkocht en worden weer nieuwe contracten met een langere looptijd aangekocht, een proces dat zich maandelijks herhaalt. Waar aan het begin van 2017 dit doorrollen nog geld kostte omdat de prijs van contracten opliep naarmate de looptijd toenam, was aan het einde van het jaar sprake van het omgekeerde.

    Vastrentende waarden en afdekking rente- en valutarisico

    Binnen het bouwblok vastrentende waarden worden het renterisico en het inflatierisico van de verplichtingen voor een deel afgedekt via beleggingen in staatsobligaties en inflation linked bonds. We gebruiken derivaten om de afdekking van de risico’s op de gewenste omvang te krijgen en om langlopende verplichtingen af te kunnen dekken. Deze derivaten, voornamelijk renteswaps, vormen samen de rente overlay. In 2017 kwam het totale netto rendement op vastrentende waarden uit op (4,0%), voornamelijk veroorzaakt door de stijging van Europese rentes met een lange looptijd.

    Net als het renterisico dekken we ook het valutarisico af met derivaten. Deze vallen onder de categorie valuta overlay. De bepalende factor hierbij is de ontwikkeling van de eurodollar wisselkoers. Een belangrijk deel van de beleggingen is in US dollar en het wisselkoersrisico dat hiermee gepaard gaat wordt voor 70% afgedekt. De stijging van de euro ten opzichte van de US dollar, van 1,06 naar 1,20 in 2017, had een negatief effect op het rendement van de beleggingsportefeuilles die in dollars beleggen. Dit verlies werd voor 70% gecompenseerd door een positief rendement op de valuta overlay.

    Kosten

    Net als in voorgaande jaren zijn de rendementen in tabel 1 weergegeven exclusief en inclusief kosten. Het betreft hier een zo goed mogelijke inschatting van de beheerkosten, voor zover van toepassing inclusief prestatie-afhankelijke vergoedingen (de performance fees).

    De totale kosten van vermogensbeheer, exclusief transactiekosten, bedroegen in 2017 € 923 miljoen, 0,49% ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen. De kosten verschillen sterk per beleggingscategorie. De meest liquide beleggingscategorieën – zoals aandelen en staatsobligaties – hebben de laagste kosten. Zij worden gevolgd door andere verhandelbare beleggingen, zoals bedrijfsobligaties, high yield en emerging markets debt. Voor private beleggingen zijn de kosten het hoogst.

    Een toelichting op de kosten staat in 'Pensioen in bedrijf'.

    Performance

    Een vergelijking van het nettorendement per beleggingscategorie met de benchmark geeft inzicht in de performance. Deze performance is niet alleen afhankelijk van de keuzes van de portefeuillebeheerder, maar ook van diens vrijheid af te wijken van de benchmark. Een portefeuillebeheerder die de opdracht heeft om de benchmark grotendeels te volgen, laat hooguit een beperkte out- of underperformance zien.

    In 2017 bedroeg de outperformance van de gehele portefeuille -0,1% ten opzichte van de benchmark. Aan de positieve kant werd de outperformance vooral gedreven door goede prestaties bij een aantal private beleggingscategorieën (private equity, privaat vastgoed en infrastructuur).

    Verder was in het rentemandaat duidelijk sprake van een positieve outperformance. De portefeuille bestaat hier voor een belangrijk deel uit relatief veilige staatsobligaties van bijvoorbeeld Duitsland en Nederland, terwijl de benchmark wordt gevormd door verplichtingen die worden gewaardeerd tegen swaprentes. Doordat de lange swaprente harder steeg dan de rente op staatsobligaties leverde de benchmark een groter verlies dan de portefeuille.

    De outperformance werd in 2017 vooral nadelig beïnvloed door de beleggingen in structured credit, insurance en overige zakelijke waarden. Bij deze overige zakelijke waarden werd het rendementsverschil tussen de portefeuille en de benchmark vooral veroorzaakt door de zwakkere dollar. Deze tastte wel de rendementen in de portefeuille aan, maar had geen invloed op de benchmark die in euro’s is weergegeven.

    Bij structured credit wordt tegen vergoeding een deel van het kredietrisico van banken overgenomen. De waarde van deze beleggingen is niet te bepalen aan de hand van een marktprijs en daarom maakt PFZW gebruik van eigen waarderingsmodellen. In 2017 is besloten om over te stappen op een meer verfijnd waarderingsmodel. Deze draagt bij aan een beter passende waarderingsmethode in de huidige marktomstandigheden en een verbeterde toerekening van rendementen aan de juiste periode tijdens de looptijd van structured credit-transacties. Deze overstap heeft geleid tot een eenmalige waardevermindering van de beleggingen, waardoor een negatief rendement resulteerde van ruim 10%.

    Bij insurance bleef het rendement van de portefeuille bijna 4% achter bij de benchmark. De portefeuille bestaat hier voor een belangrijk deel uit private beleggingen die in 2017 harder werden geraakt door de rampen die zich hebben voorgedaan dan de publieke beleggingen op basis waarvan de benchmark is samengesteld. 

    Z-score en performancetoets

    De performancetoets is door de wetgever bedoeld om de kwaliteit van de uitvoering van het beleggingsbeleid te meten. Deze wordt berekend op basis van de Z-scores van vijf opeenvolgende jaren. De Z-score is een voor kosten en risico gecorrigeerde (outperformance-)maatstaf waarbij het rendement van de portefeuille wordt vergeleken met het rendement van de vooraf vastgestelde normportefeuille. Als de performancetoets niet wordt gehaald, vervalt de verplichtstelling voor de werkgevers die bij PFZW zijn aangesloten. PFZW voldoet aan de performancetoets aangezien de score hoger is dan -1,28.

    Onderstaande tabel geeft de Z-score en de performancetoets van de afgelopen vijf jaar weer.

    Z-score en Performancetoets

      

    Jaar

    Z-score

    Performancetoets

    2013

    1,02

    1,37

    2014

    0,91

    1,88

    2015

    1,34

    2,08

    2016

    1,30

    2,35

    2017

    0,72

    2,37

    In 2017 lag het netto rendement op de feitelijke portefeuille 2,3% hoger dan op de normportefeuille.

    Gecorrigeerd voor kosten en risico komt PFZW over 2017 op een Z-score van 0,72. De Z-scores vanaf 2013 bepalen de performancetoets tot en met 2017. De performancetoets komt uit op een score van 2,37 en PFZW slaagt daarmee voor de performancetoets.

    Aansluiting op de jaarrekening