16 Financiële positie en financiering

Financiële positie

De actuele dekkingsgraad is gedurende 2018 gedaald van 101,1% naar 97,5%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden op de maandeinden. De reële dekkingsgraad is ook wettelijk gedefinieerd. Dit is de verhouding tussen de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad waarbij volledig toekomstbestendig geïndexeerd zou kunnen worden.

De beleidsdekkingsgraad van 101,3% ligt onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% en onder de vereiste dekkingsgraad van 124,4%. PFZW heeft daarom zowel een dekkings- als een reservetekort. De vermogenspositie van PFZW is slecht, omdat de beleidsdekkingsgraad onder de minimaal vereiste dekkingsgraad ligt. De vereiste dekkingsgraad bevat een solvabiliteitsbuffer van 24,4% om de kans om binnen een jaar in een dekkingstekort te komen, te minimaliseren.

Dekkingsgraden

2018

2017

   

Actuele dekkingsgraad

97,5%

101,1%

Beleidsdekkingsgraad

101,3%

98,6%

Reële dekkingsgraad

82,3%

79,7%

Bij het bepalen van de voorziening is gebruik gemaakt van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur inclusief Ultimate Forward Rate (UFR). Onderstaande tabel geeft de impact van de verschillende factoren op de ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad weer.

 

2018

2017

   

Dekkingsgraad begin van het jaar

101,1%

95,2%

   

Impact beleggingsopbrengst:

  

◦ Rendement (exclusief rente- en inflatiemandaat)

(2,1%)

6,0%

◦ Rente- en inflatiemandaat

1,6%

(1,1%)

 

(0,5%)

4,9%

Impact ontwikkeling verplichtingen:

  

◦ Rentetoevoeging voorziening

0,2%

0,2%

◦ Marktwaardeverandering

(4,7%)

1,4%

 

(4,5%)

1,6%

Impact premies en uitkeringen:

  

◦ Premiebijdrage en pensioenopbouw

(0,2%)

(0,6%)

◦ Verrichten van pensioenuitkeringen

0,0%

0,0%

 

(0,2%)

(0,6%)

   

Impact aanpassing actuariële grondslagen

1,6%

(0,1%)

   

Indexering

0,0%

0,0%

   

Overige mutaties

0,0%

0,1%

   

Dekkingsgraad eind van het jaar

97,5%

101,1%

    De factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de dekkingsgraad zijn hieronder toegelicht:

    • Het totaal behaalde rendement in 2018 op de beleggingsportefeuille van PFZW is -/- 0,4%. De reguliere beleggingen zorgen voor een negatief rendement. Het behaalde rendement exclusief RIA (-/- 2,0%) leidt tot een daling van 2,1 procentpunt van de dekkingsgraad. Door het positieve rendement van de renteafdekking (1,6%) stijgt de dekkingsgraad met 1,6 procentpunt.

    • Door marktwaardeverandering in de rentetermijnstructuur daalt de dekkingsgraad met 4,7 procentpunt. Hierbij is gerekend met de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per eind december 2018, inclusief UFR.

    • Door premiebijdrage en pensioenopbouw daalt de dekkingsgraad met 0,2 procentpunt. De premiedekkingsgraad was in 2018 89%. Dit is lager dan de actuele dekkingsgraad van 97,5%.

    • Door aanpassing actuariële grondslagen stijgt de dekkingsgraad met 1,6 procentpunt. Dit komt vooral door de aanpassing van de grondslag sterfte en langleven. De nieuwe AG-prognosetafel (AG2018) zorgt al voor een stijging van de dekkingsgraad met 1,3%. Daarnaast is de ervaringssterfte gewijzigd.

    De ontwikkeling van de dekkingsgraad in 2018 was als volgt.

    Herstelplan

    Aangezien de dekkingsgraad van PFZW onder de vereiste dekkingsgraad ligt, heeft PFZW in 2015 een herstelplan ingediend. Dit herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij wordt getoetst dat binnen tien jaar de dekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt. In 2019 is dit herstelplan geactualiseerd. Hieruit blijkt dat gegeven de actuele dekkingsgraad eind 2018 de dekkingsgraad naar verwachting zonder aanvullende maatregelen binnen tien jaar boven de vereiste dekkingsgraad komt.

    Indexering

    Indexering is voorwaardelijk en wordt jaarlijks door het bestuur van PFZW vastgesteld. Er is geen recht op indexering. De indexering is afhankelijk van de financiële positie van PFZW. De beleidsdekkingsgraad eind september 2018 was 101,5%. Conform de financiële opzet en het herstelplan heeft het bestuur van PFZW besloten niet te indexeren (bij een prijsinflatie van 1,9%).

    PFZW heeft de ambitie om de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen jaarlijks aan te passen aan de prijsinflatie. Volgens de financiële opzet financiert PFZW de indexeringsambitie deels uit de premie en deels uit rendement op beleggingen.

    Gegeven de huidige financiële positie is de kans op indexering ook de komende jaren klein. Die verwachting is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Volgens het FTK mag pas worden geïndexeerd bij een beleidsdekkingsgraad boven de 110%. Daarnaast moeten de buffers hoog genoeg zijn om deze indexering ook in de toekomst te kunnen blijven geven.

    Waardeoverdrachten

    De Pensioenwet schrijft voor dat de individuele waardeoverdrachten worden opgeschort als bij een van de betrokken pensioenuitvoerders, of beiden, sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder de 100%. De beleidsdekkingsgraad van PFZW bevond zich vanaf april 2018 boven de 100%. Daarom hebben vanaf mei 2018 waardeoverdrachten plaatsgevonden.

    Per 1 oktober 2018 zijn de aanspraken en toekenningen van van Stichting Pensioenfonds Tandtechniek in een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan PFZW.

    Premie en toetsing aan de Pensioenwet

    De feitelijke pensioenpremie voor 2018 bedraagt 23,5% over het salaris boven de franchise. Hiervan is 1,1 procentpunt bestemd als VPL-premie voor compensatie Flexpensioen. Naast de reguliere premie van 22,4% valt 0,1%-punt premie vrij uit de premiestabilisatiebestemmingsreserve. Er was in 2018 geen sprake van premiekorting.

    De premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen voor 2018 bedraagt 0,7% over salaris boven de AP-franchise.

    PFZW heeft gekozen voor een premiemethodiek op basis van de gedempte premie, omdat dit een stabieler beeld geeft, en er rekening wordt gehouden met beleggingsbeleid en de ambitie. Dit is conform het FTK.

    De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van een verwacht rendement gecorrigeerd voor de ambitie van het fonds.

    PFZW bekijkt vooraf of de premie over 2018 voldoende kostendekkend zal zijn op basis van de gedempte grondslagen. Achteraf wordt de kostendekkendheid op twee manieren getoetst. Op basis van de gedempte kostendekkende premie en op basis van de ongedempte kostendekkende premie.

    De ongedempte kostendekkende premie is gebaseerd op de nominale rentestand van eind 2017 (inclusief UFR) met bijbehorende yield van 1,6%. Bij de ongedempte kostendekkende premie wordt geen rekening gehouden met de meeropbrengst vanuit het beleggingsbeleid.

    In onderstaande tabel zijn de verschillende premies uitgesplitst. Wanneer de feitelijke premie (exclusief toevoeging/onttrekking premiestabilisatiebestemmingsreserve) wordt vergeleken met de kostendekkende premies is een positief verschil te bestemmen als een opslag voor herstel van de financiële positie.

      

    Gedempte

     

    Ongedempte

      

    kostendekkende

    kostendekkende

      

    premie

     

    premie

    Pensioenopbouw actieven

     

    8,4%

     

    23,0%

    Premievrije pensioenopbouw AO'ers

     

    0,5%

     

    1,3%

    Ingang Partnerpensioen op risicobasis

     

    0,5%

     

    0,8%

         

    Totaal actuariële inkooppremie

     

    9,4%

     

    25,1%

         

    Opslag voor vereist eigen vermogen

     

    2,3%

     

    6,2%

    Opslag voor de uitvoeringskosten

     

    0,2%

     

    0,2%

    Opslag bestemd voor voorwaardelijke indexering

     

    3,6%

     

    0,0%

         

    Totale kostendekkende premie

     

    15,5%

     

    31,5%

         

    Feitelijke pensioenpremie

     

    22,4%

     

    22,4%

    Onttrekking aan premiestabilisatiebestemmingsreserve

     

    0,1%

     

    0,1%

    Premieoverschot/-tekort

     

    7,0%

     

    (9,0%)

    De feitelijke pensioenpremie (exclusief VPL-premie) van 22,4% is hoger dan de gedempte kostendekkende premie van 15,5%, ook wordt er nog 0,1% premie uit de bestemmingsreserve onttrokken. Hiermee wordt voldaan aan de eis van de Pensioenwet. De ongedempte kostendekkende premie, op basis van de actuele rentetermijnstructuur is 31,5%. Daarmee draagt de feitelijke  pensioenpremie niet bij aan herstel van de dekkingsgraad.