Speerpunt 1: Toekomstbestendig maken van ons pensioenproduct

Doelstellingen voor 2018

Het speerpunt ‘toekomstbestendig maken van ons pensioenproduct’ kende in 2018 de volgende drie doelen:

  1. We hebben in 2020 een robuust product(aanbod) en een bijbehorende bestendige marktordening die aansluiten bij de zeven fundamentele waarden, alsmede bij de wensen en behoeften van onze deelnemers.

  2. We zetten in op vereenvoudiging van de bestaande pensioenregeling.

  3. We zetten in op een geconsolideerde sector en zzp-oplossing in 2021.

Robuust product(aanbod) en bijbehorende bestendige marktordening

In 2018 werd opnieuw gestreefd naar een voorstel, aan het bestuur, voor een toekomstbestendig pensioencontract dat zo goed mogelijk zou moeten aansluiten bij de eerder door PFZW geformuleerde zeven waarden. Een daarvan is de voorwaarde dat het nieuwe pensioencontract voldoende risicodeling tussen generaties bevat.

In november leek een akkoord tussen sociale partners en overheid heel dichtbij, maar lukte het uiteindelijk niet om tot overeenstemming te komen. Het was niet zo zeer de aard van het contract, als wel aanpalende kwesties als het tempo waarin de AOW-leeftijd meestijgt met de levensverwachting en de hoogte van de boete bij vervroegde pensionering, die een goede afloop van de stelseldiscussie belemmerden. Maar ook de in het nieuwe contract te hanteren rekenrente en de financiering van de transitie bleken een struikelblok.

Het bestuur van PFZW was nauw betrokken bij met name de discussie over de inhoud van een toekomstbestendig contract. Daarbij werd steeds weer getoetst aan de eerder genoemde waarden. Het contract dat uiteindelijk uit de bus kwam, leek voldoende hierop aan te sluiten en voldeed bovendien aan de wens dat het mee-ademt met de economische omstandigheden: eerder indexeren als het economisch goed gaat, maar ook eerder korten bij economische tegenspoed.

De totstandkoming van een nieuw pensioencontract is van belang, zeker ook omdat bij voortzetting van de huidige spelregels een korting op pensioenen en pensioenaanspraken voor PFZW-deelnemers in 2021 niet uitgesloten is. Op 31 december 2020 wordt duidelijk of PFZW medio 2021 moet korten.

Naast de aard van het nieuwe pensioencontract is de marktordening van belang voor de toekomst van PFZW. In 2018 werd daarom, samen met de uitvoeringsorganisatie, stilgestaan bij het strategisch marktbeleid. Met een gezamenlijke strategie willen PFZW en de uitvoeringsorganisatie ervoor zorgen dat zij optimaal voorbereid zijn op een veranderend speelveld. Zo vinden er ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt plaats en is er sprake van voortschrijdende technologische innovatie in de financiële wereld. Bovendien wordt rekening gehouden met toekomstscenario’s waarin de huidige vorm van verplichtstelling wellicht niet meer bestaat. Dat levert nieuwe uitdagingen op, zowel waar het de inhoud van de pensioenregeling, als de uitvoering daarvan betreft.

Ook de relatie met deelnemers, werkgevers en sociale partners vergt een vernieuwde aanpak, omdat deze bij het vervallen van de huidige vorm van verplichtstelling niet meer vanzelfsprekend is. In de nieuwe strategie ligt het accent op een sterke verbinding met de sector zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan het voorkomen van arbeidsongeschiktheid bij oudere werknemers, die door de opschuivende pensioenleeftijd langer moeten doorwerken.

Algemene ontwikkelingen in de wet- en regelgeving voor PFZW van belang 

De belangrijkste ontwikkelingen in de regelgeving voor PFZW zijn de Europese verordeningen AVG die vanaf 2018 van kracht zijn als beschreven in paragraaf 2.3.1 bij Ontwikkelingen in 2018: strategie, privacy en security en IORP II die vanaf 2019 van kracht is en wordt toegelicht in paragraaf 2.3.8 Aanpassing vanuit wet- en regelgeving vanuit het Risicomanagement perspectief.

Relevante ontwikkelingen in wet- en regelgeving

Wet waardeoverdracht klein pensioen

Met ingang van 1 maart 2018 is de Wet waardeoverdracht klein pensioen in werking getreden. Het recht op afkoop is vervangen door een recht op automatische waardeoverdracht. Het wordt hierdoor voor pensioenuitvoerders eenvoudiger om kleine pensioenen (in 2018: een aanspraak van minder dan € 474,11 bruto per jaar) samen te voegen. Kleine pensioenen worden voortaan niet afgekocht, maar gaan over naar de volgende pensioenuitvoerder. Daarnaast komen heel kleine pensioenaanspraken (€ 2,- of minder bruto per jaar) die ontstaan vanaf 1 januari 2019, verplicht te vervallen. Voor heel kleine pensioenen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2019 mogen pensioenuitvoerders kiezen om deze ook te laten vervallen.

PFZW heeft ervoor gekozen om van het recht op automatische waardeoverdracht en het laten vervallen van heel kleine pensioenen gebruik te maken. De start van de automatische waardeoverdracht was 1 januari 2019 voor nieuwe kleine pensioenen en is 1 januari 2020 voor bestaande kleine pensioenen.

Discussie over derdepijlerpensioen

In het kader van het project Capital Markets Union presenteerde de Europese Commissie op 29 juni 2017 een voorstel voor een verordening betreffende een ’pan-European Personal Pension Product’ (PEPP). In de verordening worden ook pensioenfondsen toegelaten als PEPP-aanbieder, naast onder andere banken, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsinstellingen.

De toelating van pensioenfondsen wekte verwondering bij de politiek en ook bij PFZW. Immers, volgens de geldende IORP-richtlijn mogen pensioenfondsen alleen actief zijn binnen de tweede pijler (arbeidspensioen), terwijl PEPP een derdepijlerproduct is (privévoorziening).

De Nederlandse bezwaren zijn uiteindelijk grotendeels weggenomen en de verordening raakt op geen enkele manier meer aan de tweede pijler.

Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans

Op 7 november 2018 is het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans (Wab) ingediend bij de Tweede Kamer. Kern van de Wab is dat het kabinet het voor werkgevers aantrekkelijker wil maken om werknemers in vaste dienst te nemen door het verschil tussen vaste contracten en flexibele arbeid te verminderen. Het voorstel bevat verschillende maatregelen om de arbeidsmarkt te hervormen.

Voor PFZW zijn hierbij twee maatregelen specifiek van belang. Ten eerste het voorstel tot afschaffen sectorindeling werknemersverzekeringen. Dit voorstel heeft gevolgen voor het handhavings-/opsporingsproces van PFZW, aangezien daarbij gebruik wordt gemaakt van deze sectorindeling. De tweede maatregel is het voorstel tot invoering van een pensioenregeling voor payrollwerknemers. Met dit voorstel wordt de huidige systematiek doorkruist (pensioen komt tot stand door privaatrechtelijke afspraken tussen sociale partners) en wordt de deelname aan een pensioenregeling bij wet vastgelegd. Het kabinet wil de wet per 1 januari 2020 inwerking laten treden.

PFZW monitort de ontwikkelingen en streeft naar een constructieve bijdrage in dit dossier.

Conceptwetsvoorstel verevening pensioenrechten bij scheiding

In 2017 is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangegeven van plan te zijn de Wvps en de Pensioenwet op onderdelen te wijzigen. Het hoofduitgangspunt is dat verevening op verzoek vervangen wordt door conversie als default. De verwachting is dat de internetconsultatie (link) eind 2018 start en medio 2019 in de vorm van een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.

Vereenvoudiging van bestaande pensioenregeling

De pensioenregeling wijzigt regelmatig. Door deze opeenvolgende wijzigingen is de pensioenregeling, en de uitvoering daarvan, steeds complexer geworden. Ter voorbereiding op een transitie naar een nieuw pensioenstelsel en om de wendbaarheid van PFZW en de uitvoeringsorganisatie te vergroten, is vereenvoudiging gewenst. Dit draagt bij aan een beter begrijpelijke en uitlegbare pensioenregeling, kostenreductie en een voldoende beheerste uitvoering van de pensioenadministratie.

In 2018 zijn de eerste stappen gezet om tot een vereenvoudiging van de pensioenregeling en uitvoering te komen. Uitgangspunt is dat de pensioenrechten en -uitkeringen van (gewezen) deelnemers en gepensioneerden niet wijzigen. Dit heeft geresulteerd in zes uitvoeringstechnische verbetervoorstellen, die in 2019 nader worden uitgewerkt.

Daarnaast is in 2018 een marktanalyse uitgevoerd om te komen tot een standaard set aan productvariaties van het pensioenproduct die ingevoerd kan worden in de toekomstige pensioenadministratie. Dit zorgt voor een beheersbare en robuuste pensioenadministratie. Gesprekken met verschillende pensioenuitvoeringsorganisaties hebben niet geleid tot een standaard set aan productvariaties. PFZW wil met de uitvoeringsorganisatie in 2019 het aantal productvariaties definiëren en vereenvoudigen, zodat de toekomstige pensioenadministratie ingericht kan worden.

Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in 2018

Vervallen van de Regeling netto-ouderdomspensioen

De Regeling netto-ouderdomspensioen is per 1 januari 2018 vervallen. De reden hiervoor is dat door de lage aantallen deelnemers de regeling niet kostendekkend is uit te voeren.

Het bestuur heeft overwogen om een tweede (afkoopbaar) netto ouderdomspensioenproduct te introduceren voor alle deelnemers. Vanwege de benodigde investeringen, de discussie over de taakafbakening en de verwachte kosten heeft het bestuur hier uiteindelijk niet voor gekozen.

De pensioenrekenleeftijd is aangepast van 67 naar 68 jaar

De wettelijke pensioenrichtleeftijd is per 1 januari 2018 verhoogd van 67 naar 68 jaar. Het maximale opbouwpercentage en de minimale franchise bleven ongewijzigd. Het bestuur besloot om de pensioenrekenleeftijd eveneens te verhogen naar 68 jaar. De reden hiervoor is dat daarmee aangesloten kan worden bij de communicatie vanuit de overheid over verhoging van de pensioenleeftijd. De opgebouwde aanspraken zijn per 1 januari 2018 op basis van collectieve actuariële gelijkwaardigheid herrekend naar de nieuwe pensioenrekenleeftijd.

De Algemene verordening gegevensbescherming

Met ingang van 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is per die datum ingetrokken. Hoe er moet worden omgegaan met persoonsgegevens is onder het regime van de AVG in grote lijnen gelijk gebleven. De AVG legt wel meer nadruk op transparantie. Het pensioenfonds moet namelijk als verwerkingsverantwoordelijke kunnen aantonen dat het in overeenstemming met de verordening handelt. Daarom is in het pensioenreglement en het uitvoeringsreglement opgenomen dat PFZW aan de eisen van de AVG voldoet. Verder is het uitvoeringsreglement aangepast aan de verruimde informatieverplichting van de werkgever naar zijn werknemers over de werknemersgegevens die hij verstrekt aan PFZW.

Andere wijzigingen

  • De salarissen voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid, vrijwillige voortzetting en bescherming bij verlof en werkloosheid zijn vanaf 1 januari 2018 aangepast aan de prijsontwikkeling in plaats van de loonontwikkeling. Dit in verband met de in 2017 gewijzigde indexeringsambitie.

  • De tijdelijke regeling waarbij variabilisering werd toegestaan van reeds ingegaan ouderdomspensioen is opnieuw ingevoerd. Niet iedereen die van deze mogelijkheid gebruik kon maken, heeft dit ook gedaan. Daarom wordt de regeling voor deze groep mensen opnieuw geïntroduceerd.

  • De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet langer bereid om een cao-bepaling met pensioenpremieverdeling algemeen verbindend te verklaren. Het is wenselijk om een branchebrede binding aan de premieverdeling te regelen voor de verplicht gestelde branches. Daarom wordt de premieverdeling in de cao via het pensioenreglement en het uitvoeringsreglement verplicht voorgeschreven.

Geconsolideerde sector en zzp-oplossing in 2021

In 2018 vond aansluiting van Stichting Pensioenfonds Tandtechniek (SPTT) bij PFZW plaats. Zo’n 3700 werknemers in de sector tandtechniek bouwen hierdoor vanaf 1 oktober 2018 verplicht pensioen op bij PFZW. De tot die datum bij SPTT opgebouwde rechten werden via een collectieve waardeoverdracht aan PFZW overgedragen. In 2019 wordt de overgang van SPTT naar verwachting volledig afgerond. Vervolgens wordt SPTT geliquideerd.

In 2018 voerden we een aantal gesprekken met vertegenwoordigers uit de sector kunst en cultuur over een pensioenoplossing voor zzp’ers. Aansluiting van alle werkenden in zorg en welzijn (waartoe ook de kunst- en cultuursector behoort), inclusief zzp’ers, is een belangrijke doelstelling van PFZW. Ook de sector kunst en cultuur vindt het belangrijk dat zzp’ers, net als werknemers, pensioen opbouwen. Op basis van dit gezamenlijke belang streven de partijen naar een pilot, waarbij zzp’ers werkzaam in kunst en cultuur verplicht pensioen opbouwen bij PFZW, met de mogelijkheid van opt out, voor wie op een andere wijze een oudedagsvoorziening hebben geregeld.

Inmiddels is begonnen met het in kaart brengen van de specifieke eisen waaraan een dergelijke pensioenregeling voor zzp’ers zou moeten voldoen om passend én uitvoerbaar te zijn. Het streven is om in 2021 van start te gaan met deze regeling. Daarvoor is ook de medewerking van de wetgever noodzakelijk, omdat het huidige wettelijke kader enkele belemmeringen kent.