14 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Juridische procedures

Per jaareinde lopen er geen juridische procedures die een materieel effect hebben op de financiële positie van het fonds.

PFZW heeft per balansdatum een aantal juridische procedures lopen in verband met ingehouden bronbelasting op dividenden in andere EU lidstaten. Op basis van de huidige inzichten en stand van zaken bedraagt de te claimen waarde circa € 58 miljoen (2017: € 65 miljoen).

Investerings- en stortingsverplichtingen

Per balansdatum bestaan de volgende investerings- en stortingsverplichtingen:

(bedragen x € 1 miljoen)

2018

2017

Maximale

   

looptijd

Vastgoed

83

78

5 jaar

Infrastructuur

1.746

2.554

5 jaar

Private equity

7.238

9.040

5 jaar

Leningen

55

55

5 jaar

Overige

638

469

5 jaar

    

Totaal

9.760

12.196

 

    Van de totale investerings- en stortingsverplichtingen is € 8.431 miljoen (2017: € 10.994 miljoen) aangegaan met PGGM beleggingsfondsen.

    Het pensioenfonds heeft geen beleggingen in premiebijdragende ondernemingen.

    Ultimo boekjaar staat een bedrag van € 83 miljoen (2017: € 58 miljoen) aan bindende offertes (getekend retour ontvangen) uit hoofde van de hypothecaire leningen uit.

    Voorwaardelijke pensioenaanspraken

    De niet in de balans opgenomen verplichtingen met betrekking tot de voorwaardelijke pensioenaanspraken bedragen € 1.083 miljoen (ultimo 2017 € 1.262 miljoen). Dit betreft de compensatierechten (VPL) en is uitsluitend van toepassing voor op 31 december 1998 actieve deelnemers waarvan het dienstverband niet voortijdig is beëindigd. De inkoop van deze voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot VPL loopt door tot en met 31 december 2020. Bij de waardering van deze verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de verwachte uitstroom van deelnemers, waardoor ze hun recht verliezen.

    Deze verplichtingen worden in de komende jaren gefinancierd uit de premiebijdragen. Vanaf 2015 tot en met 2019 is de hiervoor bestemde premie hoger dan de in betreffend jaar in te kopen verplichtingen. Het verschil wordt als vooruitontvangen premies in de balans opgenomen (noot 13) voor de toekomstige inkoop van deze aanspraken. Vanaf 29 november 2017 schrijft de wet dat de premiedekkingsgraad van de inkoop van  de VPL-rechten minimaal gelijk is aan die van de reguliere pensioenopbouw.

    Naar verwachting is deze schuld, gegeven de huidige premie, niet toereikend om de benodigde premiebijdrage voor de VPL-compensatierechten in 2020 te financieren.

    Fiscale eenheid

    PFZW maakt onderdeel uit van een fiscale eenheid met PGGM Coöperatie U.A., PGGM N.V. en haar dochtervennootschappen voor de omzetbelasting waardoor het hoofdelijk aansprakelijk is voor eventuele omzetbelastingschulden van tot de fiscale eenheid behorende entiteiten.

    Langlopende contractuele verplichtingen

    PFZW heeft diverse uitbestedingsovereenkomsten afgesloten met PGGM N.V. en haar dochters. De navolgende overeenkomsten zijn gesloten:
    - Raamovereenkomst (looptijd: onbepaalde tijd)
    - Nadere overeenkomst inzake Klantbediening en advisering (pensioenbeheer) (looptijd: tot 1-1-2022)
    - Nadere overeenkomst inzake Vermogensbeheer (looptijd: tot 1-1-2020)
    - Nadere overeenkomst inzake Advies beleggingsbeleid en fiduciair advies (looptijd: tot 1-1-2020)
    - Nadere overeenkomst inzake Bestuursondersteuning en beleidsadvisering (looptijd: 1-1-2022)

    Deze overeenkomsten zijn in 2018 aangepast conform de vereisten onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De jaarlijkse vergoeding die PFZW verschuldigd is voor de uitvoering van deze diensten wordt jaarlijks vastgesteld in de Service Level Agreement (SLA). Over 2018 betrof de totale vergoeding onder de overeenkomsten € 227,9 miljoen verdeeld in € 108,2 miljoen voor het cluster: Klantbediening en advisering en Bestuursondersteuning en beleidsadvisering, en € 119,7 miljoen voor het cluster: Vermogensbeheer en Advies Beleggingsbeleid en fiduciair advies.