Uitbesteding

Uitbesteding beleidsadvisering en bestuursondersteuning

In 2018 zijn er geen bijzonderheden geweest binnen deze uitbesteding. Inhoudelijk heeft de focus gelegen op het realiseren van het nieuwe pensioencontract, productrationalisatie en het voldoen aan wet- en regelgeving, zoals AVG.

Productrationalisatie is in 2018 gestart om de regeling en de uitvoering van de pensioenregeling minder complex te maken. Verminderen van de complexiteit is nodig voor de uitlegbaarheid van de regeling en de wendbaarheid van PFZW. Daarnaast is complexiteit negatief voor het IT-proces in de uitvoering en voor de kosten. In 2019 wordt dit initiatief geïntensiveerd.

Uitbesteding Pensioenbeheer

In 2018 heeft PFZW samen met de uitvoeringsorganisatie een nieuwe strategie ontwikkeld. Deze strategie richt zich op het creëren van een ‘massa-maatwerk’ omgeving. Dit betekent dat deelnemers en werkgevers op individueel niveau bediend kunnen worden tegen lagere kosten.

In het jaarverslag 2017 heeft PFZW melding gemaakt van een niet-werkend factureringssysteem. In het eerste kwartaal van 2018 heeft PFZW hiervoor maatregelen getroffen waardoor het factureringssysteem naar behoren functioneert. De verwachting was dat hierdoor de tevredenheid van werkgevers in 2018 op het beoogde niveau zou liggen, maar dat is niet gelukt. In 2019 verwachten we de tevredenheid te kunnen herstellen door het toepassen van het ‘klantreis’-denken. In 2019 wordt met werkgevers bepaald op welke wijze de dienstverlening kan worden versterkt en aangevuld.

De dienstverlening voor deelnemers kent een stabiel hoog niveau. In de klantreizen die vanuit de ‘massa-maatwerk’ strategie worden verbeterd, zien we inmiddels de tevredenheid verder stijgen zonder dat dit gepaard gaat met hogere kosten. In 2019 worden alle klantreizen voorzien van de nieuwe werkwijze en IT. Om deze strategie te kunnen uitvoeren is een aanpassing van de uitvoeringorganisatie vereist.

Parallel aan de realisatie van een nieuwe IT-architectuur is in 2018 de nieuwbouw van het pensioenadministratiesysteem grotendeels afgerond. De realisatie verliep binnen afgesproken budget en tijd en leverde de gewenste kwaliteit. De kwaliteit is getoetst door een deskundige externe partij. In het eerste kwartaal van 2019 worden de realisatie en het testen afgerond. In de loop van het tweede kwartaal van 2019 beschikt PFZW over een nieuw kernsysteem voor de pensioenadministratie. Het verbeteren van het IT-landschap gaat door in 2019. Na een heroriëntatie wordt besloten welke onderdelen van het IT-landschap door de uitvoeringsorganisatie worden beheerd en welke mogelijk worden vervangen door externe pakketten.

Uitbesteding Vermogensbeheer

De evaluatie van het vermogensbeheercontract is door PFZW in 2018 uitgevoerd. Bij de uitbesteding van vermogensbeheerdiensten waren de resultaten conform afspraken. De uitvoering van beleggingsmandaten en risicobeheersing verliep zonder noemenswaardige incidenten. In 2018 heeft PFZW samen met de uitvoeringsorganisatie in co-creatie de strategie voor de beleggingsketen opnieuw gedefinieerd. Dit vooruitlopend op de hercontractering van de vermogensbeheerdiensten die loopt in 2019.

Uitbesteding Innovatie

In een sterk veranderend technologielandschap zet PFZW op beperkte schaal stappen om de bedrijfsvoering en dienstverlening te verbeteren. Om innovatie mogelijk te maken en tegelijk de kosten te beheersen, werken we veelvuldig samen met partners. In 2018 hebben wij de eerste successen van de nieuwe dienst innovatie kunnen ervaren. Voorbeeld daarvan was de realisatie van de Toekomstverkenner. Dit is het eerste platform in Nederland dat een overzicht biedt van de financiële situatie van de deelnemer en de eventuele partner. Daarnaast werden vanuit de dienst Verkennen en Onderzoeken (V&O) successen geboekt op het gebied van kunstmatige intelligentie en robotisering binnen de pensioenbeheer- en de vermogensbeheerketen. Na de initiële V&O-successen wordt de aandacht voor dit gebied geïntensiveerd om uiteindelijke oplossingen te creëren die in productie genomen kunnen worden.

Hoedsterrol - PGGM Coöperatie U.A.

Per 1 januari 2017 is PGGM Coöperatie U.A. een verbonden partij. Per deze datum is aan PFZW een hoedsterrol toegekend.

De hoedsterrol geeft PFZW ten aanzien van een aantal specifiek benoemde onderwerpen bijzondere rechten ten aanzien van PGGM Coöperatie U.A. Het betreft rechten ten aanzien van (het goedkeuren van) statutenwijzigingen, fusie, splitsing of samenwerking en benoeming en aftreding van bestuurders.

In 2018 heeft PFZW in haar rol als hoedster goedkeuring gegeven op de (her)benoeming van twee leden van het coöperatiebestuur

Verantwoording over afgesproken KPI-en en de realisatie in 2018

In de uitbesteding onderscheiden we drie klantgroepen: deelnemers, werkgevers en sociale partners.

  • De klanttevredenheid van de deelnemers is in 2018 op hetzelfde hoge niveau van 2017 gehandhaafd en daar zijn wij blij mee.

  • De klanttevredenheid van de werkgevers is in 2018 voorzichtig aan het herstellen na de problemen bij de implementatie van het nieuwe facturatiesysteem in 2017 en ligt nog niet op het beoogde niveau.

  • De klanttevredenheid van sociale partners is in 2018 op een gewenst niveau.

Het integrale beeld van de KPI’en over 2018 vertoont een gemengd beeld; in het tweede en derde kwartaal was sprake van een achteruitgang ten opzichte van het eerste kwartaal, met in het vierde kwartaal enig herstel. Het beeld wordt bepaald door de bediening van de werkgevers, en dan specifiek de online bediening naast een lagere score op facturatie. De dienstverlening op de overige aandachtsgebieden, zoals beleidsadvisering en vermogensbeheer, was zoals afgesproken met de uitvoeringsorganisatie.

Door een fout in het Uniform Pensioenoverzicht en in het Pensioenregister (zie verder bij incidenten) scoort de KPI ‘First time right’  niet conform afspraak. First time right is de kwaliteitsafspraak die meet of de dienstverlening in een keer goed is gegaan richting deelnemers van PFZW.

Beloningsbeleid 2018

De Europese richtlijn IORP II is begin januari 2019 in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Daarin staat dat het bestuur van een pensioenfonds verantwoordelijk is voor het vaststellen en toepassen van het beloningsbeleid. Daaronder vallen:

  • de regeling vergoeding voor bestuurders en leden van de diverse commissies

  • de beloning van medewerkers op het bestuursbureau

  • bepalingen over belonen in het uitbestedingsbeleid (PW artikel 14 lid 5)

Ook als er diensten van derden worden betrokken of als er belegd wordt in een onderneming is er sprake van belonen. Aanpalend heeft PFZW daarom een compensatiebeleid dat van toepassing is op financiële dienstverleners en ondernemingen waarin wij beleggen. Met het compensatiebeleid stellen we normen en doelen voor veranderingen.

Het beloningsbeleid houdt rekening met de maatschappelijke discussie over belonen. Het beleid moet de strategische doelstellingen van PFZW en langetermijnbelangen van deelnemers en pensioengerechtigden ondersteunen. Het beloningsbeleid mag niet aanmoedigen tot het nemen van risico’s die niet passen bij het pensioenfonds.

Met het beloningsbeleid 2018 geeft PFZW invulling aan de maatschappelijke discussie over belonen.

Sustainable Tax Program Report 2018

Maatschappelijk verantwoord fiscaal opereren

De laatste jaren is in het publieke domein veelvuldig gesproken over de (internationale) heffing van belasting en de verantwoordelijkheid van de belastingbetaler hierin. In juni 2018 heeft onze uitvoeringsorganisatie een Sustainable Tax Position Paper online gepubliceerd. Deze is afgeleid van het fiscaal beleid van PFZW en hierin wordt aan stakeholders onze gezamenlijke visie op maatschappelijk verantwoord omgaan met belastingheffing kenbaar gemaakt. De kern van ons beleid is dat de fiscale aspecten van beleggingen begrijpelijk, beheersbaar en uitlegbaar zijn, voldoen aan de ‘spirit of the law' en dubbele belasting voor het pensioenfonds en de deelnemers op maatschappelijk verantwoorde wijze zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook is grotere transparantie over belastingonderwerpen noodzakelijk.

In de afgelopen periode is de bestaande portefeuille op basis van de Sustainable Tax uitgangspunten geanalyseerd, waarbij PFZW zich realiseert dat bestaande beleggingen veelal lastig zijn te wijzigen. Nieuwe beleggingen zijn in de afgelopen periode beoordeeld op basis van het vernieuwde beleid. Daarnaast is in 2018 verder gewerkt aan de versteviging van het fiscaal risicomanagement om de Sustainable Tax uitgangspunten verder te borgen binnen onze uitvoeringsorganisatie. Dit betreft in het bijzonder het beleggingsproces, waarbij niet alleen aandacht is gegeven aan het toetsen van de beleggingsstructuur wanneer deze wordt aangegaan, maar ook verdere invulling van de monitoring gedurende de levenscyclus van zo’n belegging. Deze standpunten zien in eerste instantie toe op het fiscaal gedrag van PFZW en de uitvoeringsorganisatie zelf en bieden handvatten om op een fiscaal verantwoorde wijze te beleggen.

PFZW werkt met de uitvoeringsorganisatie ook aan een aanvullend tax paper waarin de fiscale verwachtingen worden geformuleerd die wij hebben bij de ondernemingen waarin uiteindelijk wordt belegd. Daarnaast worden verwachtingen ontwikkeld die ook gelden voor partijen die worden aangesteld om beleggingen te beheren, waarbij substantiële invloed van PFZW ontbreekt. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld externe fondsmanagers.

Naast aandacht voor ons eigen fiscale gedrag vindt PFZW het belangrijk om een bijdrage te leveren aan het publieke debat over fiscale vraagstukken die pensioenfondsen en deelnemers raken. Via de uitvoeringsorganisatie blijven we constant in gesprek met de OESO, de Europese Commissie en andere internationale samenwerkingsorganen om bij te dragen aan de ontwikkeling van een uniform, eenvoudig en eerlijk internationaal fiscaal systeem voor pensioenbeleggen.

Aanpassing vanuit wet- en regelgeving

Herziene richtlijn voor kapitaalmarkten: MiFID II

In november 2007 werd Markets in Financial Investments Directive (MiFID), een Europese richtlijn uit 2004, in Nederland geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het doel van deze MiFID-richtlijn was drieledig: het vergroten van de beleggersbescherming, het transparanter en eerlijker maken van de Europese financiële markten en het bevorderen van de handelsmogelijkheden binnen de Europese beleggingsmarkt.

De evaluatie van MiFid heeft in 2014 geleid tot een nieuwe richtlijn, MiFID II, met nieuwe eisen. Zo mogen researchkosten niet langer onderdeel uitmaken van de kosten (zogenaamde ’unbundling’) die gemaakt worden voor de uitvoering van transacties. Na de implementatie van MiFID II per 3 januari 2018 heeft PFZW een researchbudget vastgesteld.

Evaluatie EMIR door de Europese Commissie

Als reactie op de financiële crisis van 2008 kwam de Europese Unie in 2012 met een Europese verordening op het gebied van derivaten, de European Markets Infrastructure Regulation (EMIR). Het doel van deze wetgeving is de financiële markten veiliger en transparanter te maken. De partijen die in derivaten handelen zijn verplicht om deel te nemen aan een systeem van centrale afhandeling van transacties door centrale tegenpartijen (’geclearde’ transacties) te gebruiken waar dat mogelijk is, waardoor het tegenpartijrisico wordt verschoven naar de centrale tegenpartij. Door deze maatregelen worden de kosten voor pensioenfondsen hoger en krijgen zij te maken met grotere liquiditeitsrisico’s. Vanwege de hogere kosten stelde de Europese Unie de pensioenfondsen voorlopig vrij van de verplichting tot centrale clearing tot 16 augustus 2018.

Er lijkt nu consensus te zijn over een extra verlenging van de clearingvrijstelling voor pensioenfondsen van twee jaar. Een oplossing voor dit complexe probleem is nog niet in zicht, ondanks de verschillende oplossingsrichtingen waaraan wordt gedacht. Inmiddels is wel de tijdelijke uitzondering voor pensioenfondsen verlopen, waardoor er een tijdsgat is ontstaan. Diverse nationale en Europese toezichthouders hebben aangegeven dat, gegeven de intentie tot verlenging van het uitstel, geen handhaving plaatsvindt.

Benchmark Regulation

De Benchmark Regulation (BMR) is in werking getreden op 1 januari 2018. Voor aanbieders van benchmarks geldt een overgangstermijn van twee jaar. Financiële instellingen hebben in het afgelopen kwartaal een verzoek van de AFM ontvangen om informatie te verschaffen over het gebruik van financiële benchmarks. Zowel de uitvoeringsorganisatie als PFZW hebben dit informatieverzoek ontvangen en hebben hierop een reactie aan de AFM verstrekt. We blijven de ontwikkelingen monitoren, in afwachting van een reactie van de AFM op het ingevulde informatieverzoek.

Shareholder rights

De in de richtlijn Shareholders rights directive II (SRD II) opgenomen regelgeving moet uiterlijk per 10 juni 2019 zijn omgezet in nationaal recht. Op 16 oktober 2018 is een voorstel ingediend tot wijziging van Boek 2 BW, de Wft, en de Wet giraal effectenverkeer, waarmee de aandeelhoudersrichtlijn wordt geïmplementeerd. Bij dit voorstel is het streven om de richtlijn zo minimalistisch mogelijk te implementeren. Er is nadrukkelijk aansluiting gezocht bij bestaande regelgeving en de Corporate Governance Code. De belangrijkste nieuwe vereisten zien toe op:

    • het bezoldigingsbeleid

    • transacties met verbonden partijen

    • transparantieverplichtingen voor institutionele beleggers, vermogensbeheerders en stemadviseurs

    • identificatie van aandeelhouders en de bewaarketen.

eIDAS/WDO

Op 29 september 2018 is de eIDAS-verordening van kracht geworden. Met deze Europese regels kunnen Europese burgers en ondernemingen met hun eigen nationale authenticatiemiddel inloggen op publieke diensten in andere EU-lidstaten, waaronder Nederland. Dat betekent dat een inwoner van een andere EU-lidstaat met zijn of haar lokale door de Europese Commissie erkende inlogmiddel moet kunnen inloggen bij de Nederlandse overheid.

De verordening is ook van toepassing op verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen, omdat zij als ‘openbare instantie’ worden gezien. Want hoewel de verordening al van kracht is, is het gebruikmaken van eIDAS inlogmiddelen pas verplicht als nationaal recht vereist dat voor inloggen bij een van deze pensioenfondsen een elektronisch authenticatiemiddel van betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog ingezet moet worden. Op dit moment is er nog geen nationaal recht dat deze betrouwbaarheidsniveaus vereist. Dat wordt geregeld in het wetsvoorstel Digitale Overheid (WDO), dat nog niet in werking is getreden. Voor de pensioenfondsen betekent dit dat de verplichting om op een hoger veiligheidsniveau in te laten loggen (niveau substantieel of hoog) voorlopig nog niet noodzakelijk is.

Voorbereid op OOB-status 

Minister Hoekstra van Financiën wijst grote pensioenfondsen aan als organisaties van openbaar belang (OOB’s) en vergelijkt daarmee grote pensioenfondsen met banken en verzekeraars. De grens ligt bij een beheerd vermogen van € 10 miljard. De OOB-status raakt vijftien grote pensioenfondsen in Nederland waaronder PFZW. De toegevoegde waarde van de OOB-status zit vooral in aanvullende wettelijke waarborgen voor de kwaliteit van de accountantscontrole. Bijvoorbeeld door het inschakelen van een onafhankelijke kwaliteitsbeoordelaar en door een uitgebreidere controleverklaring. Verder moeten grote pensioenfondsen eens in de tien jaar van accountantskantoor wisselen. Alles tezamen verkleint dat de kans op een ondeugdelijke controleverklaring.

Voor het beleggen van de taken van een auditcommissie bij een organisatie van openbaar belang is in het geval van pensioenfondsen aansluiting gezocht bij de bestaande organen van pensioenfondsen, zoals het intern toezicht dan wel een bestaande auditcommissie. PFZW ondersteunt deze keuze. De OOB-status leidt niet tot een aanpassing in de governance van pensioenfondsen. Ook niet in de samenstelling van een bestaande auditcommissie.

De inwerkingtredingsdatum van het besluit OOB is nog niet bekend. Op dit moment moet de Raad van State nog advies uitbrengen over het besluit. Vast staat wel dat de OOB-status voor pensioenfondsen pas gevolgen zal hebben vanaf boekjaar 2020.