Samen de wereld beter maken

Als de jaren in dit zware beroep gaan tellen

Hoe lang houd je dit zware werk nog vol? OK-assistente Mickey Hardick vraagt het zich regelmatig af. “Ik merk dat de nachtdiensten steeds meer hun tol eisen.”

Mickey Hardick, OK‑assistent/ programma-coördinator bij ziekenhuis Tergooi in Hilversum/Blaricum.

“De werkdruk is bij ons nooit extreem hoog geweest. Onze afdeling kampt gelukkig niet met een structureel te lage bezetting. Als dat gebeurt, huurt het ziekenhuis meteen tijdelijk extra mensen in. Maar het blijft wel een feit dat OK-assistent een zwaar beroep is. Zowel fysiek als mentaal. We draaien diensten van twaalf uur, staan vaak urenlang en moeten veel tillen. Patiënten, maar ook zware OK-materialen. Ik merk dat de nachtdiensten steeds meer hun tol eisen. Daarnaast maken we heftige dingen mee. Mijn oudere collega’s en ik stellen elkaar regelmatig de vraag of wij dit werk volhouden tot ons pensioen, hoezeer we ook van ons werk houden.”

“Misschien is deeltijdpensioen op termijn een optie”

“Een paar jaar geleden ben ik ernstig ziek geweest. Daardoor sta ik nu anders in het leven. De balans tussen werk en privé is nu nog belangrijker. Ik kan er bijvoorbeeld voor kiezen om over een paar jaar bij een privékliniek te gaan werken. Dat is óók aanpakken, maar zonder nachtdiensten. Overigens staat in onze cao dat ik vanaf mijn 58e sowieso geen nachtdiensten hoef te draaien. Verder is deeltijdpensioen op termijn misschien een optie, al heb ik me daar nog niet in verdiept. Het zal natuurlijk financiële gevolgen hebben. Gelukkig heb ik een partner die eventueel een financieel vangnet kan zijn. Dat maakt die keuze wel gemakkelijker, denk ik.”

“Vooralsnog heb ik het hier uitstekend naar mijn zin. Positief is dat het ziekenhuis nu gaat onderzoeken of de fysieke belasting op de OK niet beter kan. Waarschijnlijk krijgen we komend jaar een training hoe we ergonomisch verantwoorder kunnen werken. Een gunstige ontwikkeling.”

Terug naar begin

Blijven hopen op verbetering

Twee ontwikkelingen kleurden het jaar 2018 voor PFZW. Het rendement op de beleggingen zag er lange tijd goed uit, maar zakte weg in het laatste kwartaal. En de discussie over een nieuw pensioenstelsel leek resultaat op te leveren, tot in november het overleg klapte. Albert Vink, plaatsvervangend voorzitter PFZW, blijft hopen op een goed vervolg. “Een overgang naar een nieuw pensioencontract helpt ons het meest.”

Albert Vink, plaatsvervangend voorzitter van PFZW.

“Het waren twee belangrijke ontwikkelingen die ervoor zorgden dat onze lange termijn ambitie – de pensioenen mee laten groeien met de prijsontwikkeling - moeilijker haalbaar is. Wat zou helpen zijn andere spelregels, vooral rond de rekenrente. Met zachtere toezeggingen: als het goed gaat kunnen we de pensioenen sneller verhogen, als het slecht gaat zullen we sneller moeten verlagen. Mensen snappen best dat verhogen alleen kan als het goed gaat. En dat er bij een slechte economie eerder verlaagd moet worden. Maar niet indexeren of zelfs verlagen nu we meer geld hebben dan ooit: dat is niet uit te leggen.”

“De bezorgdheid over de financiële situatie neemt toe”

“Zo lang die nieuwe spelregels er nog niet zijn, zitten we eigenlijk met de gebakken peren. De bezorgdheid over de financiële situatie neemt toe. Samen met PGGM denken we na over maatregelen om het tij te keren. Daarbij is verlagen het laatste dat je wilt. Wat kunnen we doen om dat te voorkomen? Welke noodmaatregelen kunnen we treffen? Je kunt als bestuur niet zo heel veel, gezien de regels van de toezichthouder. Meer risico nemen met het doel om meer rendement te halen is lastig. En de marktrente blijft maar op een extreem laag niveau. Het opkoopprogramma van de ECB wordt afgebouwd, maar het effect daarvan zien we nog niet.”

“Doen we het slechter dan andere pensioenfondsen? Ik denk het niet. Ons beleggingsbeleid heeft op de langere termijn goede resultaten opgeleverd en we hebben tot dusverre gelukkig nog nooit de pensioenen verlaagd. De verlaging komt nu echter wel heel dichtbij.”

“Er waren ook zeker positieve zaken te melden in 2018. We wonnen de Fintech Award voor ons innovatieproject de Toekomstverkenner, de eerste keer dat een pensioenfonds die prijs won. We blijven ook alert op kostenreductie. In pensioenbeheer scoren we al laag vergeleken met andere pensioenfondsen. In vermogensbeheer is die aandacht er ook steeds meer. We zijn ook doorgegaan met het verduurzamen van ons beleggingsbeleid en boekten vooruitgang bij de CO2-reductie van onze portefeuille.”

“Deelnemers en gepensioneerden vragen: wat doen jullie om een beter pensioen voor ons te regelen? Een nieuw pensioencontract is daarvoor de belangrijkste voorwaarde. We zijn echt afhankelijk van een hogere rente, om onze situatie te verbeteren. In het bestuur zitten alle sociale partners, die proberen op hun eigen manier invloed uit te oefenen. We blijven hopen op een goed resultaat op afzienbare termijn.”

Terug naar begin

Met het oog op de toekomst

Jonge mensen, zoals longverpleegkundige Susette Lataster, die nog een hele loopbaan voor zich hebben en misschien wel door moeten werken tot na hun 70ste. Met uitzicht op uiteindelijk een goed pensioen? “Belangrijker nog dan de materiële kant, vind ik het geluk dat je ervaart in je werk.”

Susette Lataster, longverpleegkundige bij het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda.

“Onze longafdeling kreeg er eind 2017 en begin 2018 tien nieuwe collega’s bij, deels vanwege het vertrek van een aantal medewerkers. Na een paar maanden was iedereen goed ingewerkt en zag je het rendement van een bezetting op sterkte: meer tijd voor de patiënt. Zélfs om iets extra’s te doen, zoals een persoonlijk praatje maken aan het bed.”

“Ons ziekenhuis heeft veel aandacht voor duurzame inzetbaarheid”

“We hebben het erg naar onze zin. Toch praten we veel over later en of we dan nog wel fit genoeg zullen zijn. Vooral de jongere collega’s beseffen dat ze lang moeten doorwerken. We maken vaak de grap dat we later met onze rollator naar de patiënten gaan: ‘Zullen we elkaars rug wassen?’ We denken nu al na over wat we in de toekomst nog meer kunnen doen. Bijvoorbeeld doorstromen naar medisch secretaresse, of een functie op de poli. Ons ziekenhuis heeft gelukkig veel aandacht voor duurzame inzetbaarheid. Zo kun je onderzoeken welke andere talenten en kansen je hebt.”

“Maar eerlijk gezegd leef ik verder vooral in het hier en nu. Geld oppotten voor later is niets voor mij. Ik vertrouw erop dat ons pensioenfonds het prima voor elkaar heeft. Het is een fatsoenlijk en goed functionerend fonds, dat slim belegt. Zodat er straks ook voor de jongeren van nu een goed pensioen is. Natuurlijk fluctueren de financiële markten en vallen de resultaten soms tegen en soms mee. Maar zo gaat het leven. Belangrijker nog dan de materiële kant, vind ik het geluk dat je ervaart in je werk. Alleen zo haal je je pensioen vitaal én met plezier.”

Terug naar begin

Duurzaam beleggen én een goed rendement

PFZW betaalt ruim tweederde van de pensioenen uit beleggingsopbrengsten. De combinatie van een goed rendement en duurzaam beleggen staat daarbij voorop. Afgelopen jaar werd het beleggingsbeleid van PFZW tegen het licht gehouden in het project Beleggingsbeleid 2025. Bestuurslid Jacques Moors: “De centrale vraag was hoe we met de beleggingen ook in de toekomst een goed pensioen in een leefbare wereld kunnen realiseren.”

Jacques Moors, bestuurslid PFZW.

"In Beleggingsbeleid 2025 staan een aantal kernthema’s centraal. Deze thema’s gaan zowel over het realiseren van het benodigde rendement als om duurzaamheid. PFZW vindt duurzaamheid belangrijk; we zijn een voorloper in duurzaam beleggen en merken dat de samenleving duurzaam beleggen ook steeds belangrijker vindt. Zo heeft PFZW in 2018 zowel het 'Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen' ofwel IMVB-convenant als het Klimaatakkoord ondertekend. Voor het IMVB-convenant geldt dat PFZW de beleggingen screent op negatieve impact voor de samenleving, zoals bedrijven die corrupt zijn of het milieu schaden. Daarnaast heeft PFZW in het Klimaatakkoord met de overheid afgesproken om vast te leggen hoe PFZW door te beleggen gaat bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van het kabinet. Nu al is PFZW op weg om de CO2-uitstoot in de aandelenportefeuille te halveren, en zijn we in gesprek met de 100 wereldwijde aan de beurs genoteerde ondernemingen die de grootste negatieve bijdrage aan de klimaatverandering leveren."

“In de komende jaren hebben we bijzondere aandacht voor de sector zorg en welzijn, klimaatverandering en energietransitie”

"Energietransitie, klimaatverandering en het ten aanzien van dit onderwerp beperken van de soms nu nog negatieve impact van onze beleggingen op de samenleving zijn belangrijke thema’s binnen het project Beleggingsbeleid 2025. Waar mogelijk kijken wij hoe duurzaamheid hand in hand kan gaan met het beoogde rendement. Voor sommige thema’s kan dit beter dan voor andere en wij erkennen dat er soms een spanningsveld kan bestaan."

"Vanzelfsprekend besteden we aandacht aan onze primaire doelstelling, namelijk het realiseren van een goed pensioen voor onze deelnemer. Om deze doelstelling te realiseren bekijken wij of onze beleggingen in private markten, zoals bijvoorbeeld in onroerend goed, infrastructuur en private equity, verder vergroot kunnen worden. Deze beleggingen hebben bewezen een hoger en stabieler rendement te kunnen genereren dan bijvoorbeeld de aandelenmarkt."

"Tenslotte bekijken we ook hoe we een grotere bijdrage kunnen leveren aan de sector zorg en welzijn. Onze beleggingen in deze sector zijn beperkt. Dit accepteren we, omdat door de regulering en wetgeving in deze sector het lastig is onze inzet in overeenstemming te laten zijn met onze uitgangspunten ten aanzien van het te behalen benodigde rendement. Zo zijn winstuitkeringen tot op heden niet toegestaan. Dit komt onder andere doordat een groot deel van deze sector door de overheid wordt gefinancierd. Hier kunnen wij geen directe rol in spelen. Wel zijn we samen met Aegon eigenaar van Amvest, dat momenteel ongeveer 1000 zorgwoningen heeft. Wellicht kunnen we op basis van onze expertise in de toekomst een grotere bijdrage leveren aan het oplossen van financieringsvraagstukken in de sector. Hierover gaan we met de sector in gesprek. Tegen het eind van 2019 wordt het project Beleggingsbeleid 2025 afgerond, zodat we in 2020 onderdelen ervan in praktijk kunnen brengen."

Terug naar begin

Zo maak je het verschil als werkgever

Een hoge cliënt- en medewerkerstevredenheid en een laag ziekteverzuim. Met zulke scores is de Frankelandgroep uit Schiedam al voor het derde jaar op rij gekozen tot Beste werkgever in de categorie ‘Verzorgingshuizen, verpleeghuizen en thuiszorg’. Wat is het geheim achter dit succes? “We geven aandacht aan de echt belangrijke stakeholders: onze cliënten en onze medewerkers”, aldus bestuurder Ben de Koning.

Ben de Koning, bestuurder van de Frankelandgroep uit Schiedam.

“2018? Dat was voor ons weer een topjaar. We willen bij de beste werkgevers horen in onze categorie. We doen voor het derde jaar op rij mee en zijn drie keer 1e geworden. Met het laagste ziekteverzuim (steeds onder de 4%) staan we voor het zesde jaar op rij in de top 3. We moeten het verschil maken met onze medewerkers, want met goeie mensen kun je toveren. Dat lukt ons door hen te betrekken bij alles wat we doen en hen optimaal te begeleiden. Daardoor hebben we geen personeelstekort. Iedereen ziet onze successen en daardoor is er genoeg instroom.”

“Zeg ja of nee, maar nooit: daar moeten we over nadenken en komen we op terug.”

“We doen nooit blind wat de overheid voorschrijft. Zeggen ze links, dan is het vaak beter om naar rechts te gaan. We hebben – toen we in 2001 verpleeghuis werden - tegen het advies van de overheid in gekozen voor eenpersoonsappartementen met een eigen badkamer. Zo hebben we ook een zwembad, fitnessruimte en keuken gebouwd.”

“In plaats van op ‘regeltjes’ te letten, luisteren we liever heel goed naar wat onze cliënten willen. Bij onze medewerkers draait alles om het niet beschamen van hun vertrouwen. Behandel hen zoals je zelf behandeld wilt worden, is ons motto. Geef duidelijkheid, zeg ja of nee, maar nooit: daar moeten we over nadenken en komen we op terug.”

“De oudere medewerkers zijn vaak sleutelfunctionarissen, onze cultuurdragers, die maken we belangrijk. We stimuleren hen onder andere om gezond te leven. Na een voorlichtingsessie van PFZW zeggen ze vaak: goed om te horen wat er kan met deeltijdpensioen of eerder stoppen. Ik heb dus mogelijkheden om af te bouwen of te stoppen als het niet meer gaat. Ik kan eruit, maar het hoeft niet. Dat geeft lucht en vrijheid in je hoofd en dan kun je zonder tobben lekker doorwerken. Natuurlijk zijn er collega’s bij wie het op een bepaald moment niet meer gaat. Maar we hebben hier ook veel mensen ouder dan 66 van wie we het contract steeds met een jaar verlengen. We hebben pas afscheid genomen van een collega van 72 jaar!”

Terug naar begin

De gevolgen van jarenlang niet indexeren

Oudere gepensioneerden, zoals Piet Zevenbergen, merken de gevolgen van het jarenlang niet indexeren steeds meer in hun portemonnee. “Ik ga niet meer op vakantie en heb de auto de deur uitgedaan.”

Piet Zevenbergen, voormalig hoofd van de keuken bij verpleeghuis Waerthove in Sliedrecht.

“Financieel gezien was 2018 een zorgelijk jaar, net als de jaren ervoor. Ik ging in 2006 met pensioen. Twee jaar later brak de crisis uit en sindsdien is mijn pensioen – ik ben alleenstaand – min of meer hetzelfde gebleven. Terwijl alles wél veel duurder is geworden.”

“Het gaat niet alleen maar om geld, maar ook om waardering”

“De tering naar de nering zetten; dat is het motto waarmee ik ben grootgebracht. Dus ga ik niet meer op vakantie, ben ik gestopt met roken en heb ik de auto de deur uit gedaan. Ondertussen hoor ik onze premier verkondigen dat het zo fantastisch gaat in Nederland. Ook dat frustreert me. En wij gepensioneerden dan? Wij teren alleen maar in, omdat ons pensioen niet wordt geïndexeerd. Sterker nog: er hangt nu een dreiging boven ons hoofd van een korting op de pensioenen. En dat terwijl er veel geld in kas zit bij pensioenfondsen. Maar omdat de regering en De Nederlandsche Bank meewerken aan de lage rente, zijn de fondsen aan handen en voeten gebonden. Voor ouderen is dat heel teleurstellend. Veel gepensioneerden voelen zich niet vertegenwoordigd bij de overheid, vakbonden en in de media. Zij kunnen maar nauwelijks financieel rondkomen. Er wordt teveel naar de rijkere gepensioneerden gekeken.”

“Mijn hoop is gevestigd op een nieuw pensioenakkoord. Daardoor komt er hopelijk ruimte om de pensioenen eindelijk te indexeren. Het gaat me niet eens alleen om het geld. Het gaat ook om waardering. Ik heb 43 jaar hard gewerkt en daar mag best iets tegenover staan. Maar eerlijk is eerlijk: als ik naar andere fondsen kijk, ben ik met PFZW nog heel goed af.”

Terug naar begin